Art. 30 Richtlijn 2005/60/EG
De lidstaten vereisen van de onder deze richtlijn vallende instellingen en personen dat zij de volgende documenten en inlichtingen bewaren met het oog op het gebruik ervan bij een onderzoek naar, of een analyse van, mogelijk witwassen van geld of financiering van terrorisme, door de FIE of andere bevoegde autoriteiten overeenkomstig het nationaal recht:
a) wat de klantenonderzoeksprocedure betreft, afschriften van of verwijzingen naar de vereiste stukken, gedurende een periode van ten minste vijf jaar na beëindiging van de zakelijke relatie met hun cliënt;
b) wat de zakelijke relaties en transacties betreft, de bewijsstukken en registratie, zijnde de originele stukken of de afschriften die krachtens hun nationale wetgeving eenzelfde bewijskracht hebben, gedurende ten minste vijf jaar na uitvoering van de transacties of beëindiging van de zakelijke relatie.