Art. 15 Verordening (EG) nr. 1935/2004, Etikettering
Verordening (EG) nr. 1935/2004
1. Onverminderd de bijzondere maatregelen als bedoeld in artikel 5 moeten materialen en voorwerpen, die nog niet met levensmiddelen in contact zijn gebracht, bij het in de handel brengen van de volgende aanduidingen zijn voorzien:
a) hetzij de aanduiding „voor levensmiddelen”, hetzij een specifieke aanwijzing voor het gebruik, zoals koffiezetapparaat, wijnfles, soeplepel, dan wel het in bijlage II afgebeelde symbool,
en
b) indien nodig, speciale instructies die voor een veilig en passend gebruik moeten worden opgevolgd,
en
c) de naam of de handelsnaam en in elk geval het adres of de statutaire zetel van de fabrikant of de verwerker, dan wel van een in de Gemeenschap gevestigde verkoper die verantwoordelijk is voor het in de handel brengen,
en
d) adequate etikettering of identificatie om de in artikel 17 bedoelde traceerbaarheid van het materiaal of voorwerp te garanderen,
en
e) in het geval van actieve materialen en voorwerpen, informatie over de toegestane gebruikswijze(n) en andere relevante informatie, zoals de naam en de hoeveelheid van de door het werkzame bestanddeel afgegeven stoffen, om de exploitanten van levensmiddelenbedrijven die deze materialen en voorwerpen gebruiken in staat te stellen te voldoen aan andere relevante communautaire bepalingen of — bij ontstentenis daarvan — aan de nationale bepalingen die van toepassing zijn op levensmiddelen, met inbegrip van de bepalingen inzake levensmiddelenetikettering.
2. De in lid 1, onder a), bedoelde informatie is evenwel niet verplicht voor voorwerpen die gelet op hun kenmerken duidelijk bestemd zijn om met levensmiddelen in contact te komen.
3. De krachtens lid 1 vereiste informatie is goed zichtbaar, duidelijk leesbaar en onuitwisbaar.
4. De detailhandel in de materialen en voorwerpen is verboden, indien de krachtens lid 1, onder a), b) en e), vereiste informatie niet wordt verstrekt in een voor de koper gemakkelijk te begrijpen taal.
5. De lidstaat waar het materiaal of voorwerp in de handel wordt gebracht, kan, met inachtneming van het Verdrag, eisen dat op zijn grondgebied voor deze vermeldingen op de etikettering gebruik gemaakt wordt van één of meer talen die die lidstaat uit de officiële talen van de Gemeenschap kiest.
6. De bepalingen van de leden 4 en 5 vormen geen beletsel voor het aanbrengen van vermeldingen in meer dan één taal.
7. In de fase van de detailhandel wordt de krachtens lid 1 vereiste informatie aangebracht op:
a) de materialen en voorwerpen of hun verpakking,
of
b) de etiketten die op de materialen en voorwerpen of op de verpakking daarvan zijn aangebracht,
of
c) een schriftelijke mededeling die zich in de onmiddellijke nabijheid van de materialen en voorwerpen bevindt en die voor de kopers duidelijk zichtbaar is; ten aanzien van de in lid 1, onder c), bedoelde informatie mag van deze mogelijkheid echter alleen gebruik worden gemaakt, indien deze informatie of een etiket met deze informatie om technische redenen noch in het stadium van vervaardiging, noch in dat van het in de handel brengen op genoemde materialen en voorwerpen kan worden aangebracht.
8. In de andere stadia van de handelscyclus dan de detailhandel wordt de krachtens lid 1 vereiste informatie aangebracht op:
a) de begeleidende documenten,
of
b) de etiketten of de verpakking,
of
c) de materialen en voorwerpen zelf.
9. De in lid 1, onder a), b) en e), bedoelde informatie is voorbehouden aan materialen en voorwerpen die voldoen aan:
a) de criteria van artikel 3 en, indien van toepassing, artikel 4,
en
b) de in artikel 5 bedoelde bijzondere maatregelen of — bij ontstentenis daarvan — de nationale bepalingen die op deze materialen en voorwerpen van toepassing zijn.