Art. 18 Verordening (EG) nr. 1935/2004, Vrijwaringsmaatregelen
Verordening (EG) nr. 1935/2004
1. Indien een lidstaat aan de hand van een uitvoerige motivering wegens ter beschikking gekomen nieuwe gegevens of na een nieuwe beoordeling van bestaande gegevens constateert dat het gebruik van een materiaal of voorwerp voor de gezondheid van de mens gevaar oplevert, hoewel aan de bepalingen van de bijzondere maatregel is voldaan, kan deze lidstaat de toepassing van de betrokken bepalingen op zijn grondgebied tijdelijk beperken of schorsen.
Hij stelt de andere lidstaten en de Commissie daarvan onverwijld in kennis met vermelding van de redenen voor de schorsing of de beperking.
2. De Commissie onderzoekt zo spoedig mogelijk, in voorkomend geval na een advies van de Autoriteit te hebben ingewonnen, in het kader van het in artikel 23, lid 1, bedoelde comité de door de in lid 1 van dit artikel bedoelde lidstaat opgegeven redenen; zij brengt onverwijld advies uit en neemt passende maatregelen.
3. Indien de Commissie wijzigingen in de bijzondere maatregel noodzakelijk acht om aan de in lid 1 bedoelde moeilijkheden het hoofd te bieden en de bescherming van de gezondheid van de mens te waarborgen, worden deze wijzigingen volgens de in artikel 23, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.
4. De in lid 1 bedoelde lidstaat kan de opschorting of beperking handhaven totdat de in lid 3 bedoelde wijzigingen zijn vastgesteld of de Commissie heeft geweigerd dergelijke wijzigingen aan te nemen.