Art. 20 Verordening (EG) nr. 1935/2004, Geheimhouding
Verordening (EG) nr. 1935/2004
1. De aanvrager kan aangeven welke krachtens artikel 9, lid 1, artikel 10, lid 2, en artikel 12, lid 2, ingediende informatie vertrouwelijk dient te worden behandeld omdat openbaarmaking ervan zijn concurrentiepositie ernstig zou kunnen aantasten. In dat geval moeten verifieerbare redenen worden aangevoerd.
2. Informatie met betrekking tot de volgende punten wordt niet als vertrouwelijk beschouwd:
a) naam en adres van de aanvrager en de chemische naam van de stof;
b) informatie die van direct belang is voor het beoordelen van de veiligheid van de stof;
c) de analytische methode of methoden.
3. De Commissie bepaalt na overleg met de aanvrager welke informatie vertrouwelijk moet worden behandeld, en stelt de aanvrager en de Autoriteit in kennis van haar beslissing.
4. De Autoriteit verstrekt op verzoek alle informatie waarover zij beschikt aan de Commissie en de lidstaten.
5. De Commissie, de Autoriteit en de lidstaten nemen de nodige maatregelen om passende geheimhouding van alle krachtens deze verordening ontvangen informatie te waarborgen, behalve indien het informatie betreft die openbaar moet worden gemaakt ter bescherming van de menselijke gezondheid.
6. Indien een aanvrager een aanvraag intrekt of heeft ingetrokken, eerbiedigen de Autoriteit, de Commissie en de lidstaten het vertrouwelijke karakter van de ontvangen commerciële en industriële informatie, met inbegrip van informatie over onderzoek en ontwikkeling, alsmede informatie waarover de Commissie en de aanvrager, voor wat betreft de vertrouwelijkheid ervan, van mening verschillen.