Art. 12 Verordening (EG) nr. 1935/2004, Wijziging, schorsing en intrekking van toelatingen

Verordening (EG) nr. 1935/2004

1. De aanvrager of een exploitant van een bedrijf die de toegelaten stof of de toegelaten stof bevattende materialen of voorwerpen gebruikt, kan volgens de procedure van artikel 9, lid 1, een aanvraag tot wijziging van de bestaande toelating indienen.

2. Bij de aanvraag dient het volgende te worden verstrekt:

a) een verwijzing naar de oorspronkelijke aanvraag;

b) een technisch dossier met de nieuwe informatie overeenkomstig de in artikel 9, lid 2, bedoelde richtsnoeren;

c) een nieuwe, volledige samenvatting van het technische dossier in een gestandaardiseerde vorm.

3. De Autoriteit beoordeelt, waar zulks van toepassing is, volgens de procedure van artikel 10 op eigen initiatief of op verzoek van een lidstaat of van de Commissie, of een advies of toelating nog steeds in overeenstemming is met deze verordening. De Autoriteit kan, zo nodig, de aanvrager raadplegen.

4. De Commissie bestudeert het advies van de Autoriteit onverwijld en stelt een ontwerp van bijzondere maatregel op.

5. In een ontwerp van bijzondere maatregel tot wijziging van een toelating worden alle noodzakelijke veranderingen in de gebruiksvoorwaarden en in de eventuele beperkingen bij die toelating vermeld.

6. Een definitieve bijzondere maatregel betreffende de wijziging, schorsing of intrekking van de toelating wordt vastgesteld volgens de procedure van artikel 23, lid 2.