Art. 8, Algemene beginselen met betrekking tot de percelen landbouwgrond
1. Een perceel met bomen wordt voor de toepassing van de oppervlaktegebonden steunregelingen als een perceel landbouwgrond beschouwd mits het op dat perceel mogelijk is de in artikel 51 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 bedoelde landbouwactiviteiten of, indien van toepassing, de voorgenomen productie op soortgelijke wijze te beoefenen als op percelen zonder bomen in dezelfde regio.
2. Ten aanzien van voederarealen geldt het volgende:
a) wanneer een voederareaal gezamenlijk wordt gebruikt, verdelen de bevoegde autoriteiten dit areaal denkbeeldig over de betrokken landbouwers in verhouding tot de mate waarin zij dit areaal gebruiken, of tot hun recht om dit areaal te gebruiken;
b) voor de toepassing van artikel 131 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 geldt dat elk voederareaal voor het houden van dieren beschikbaar moet zijn gedurende een periode van ten minste zeven maanden die ingaat op een door de lidstaten te bepalen datum tussen 1 januari en 31 maart;
c) voor de toepassing van artikel 131 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 geldt dat, wanneer een voederareaal in een andere lidstaat ligt dan die waar de agrarische vestigingsplaats van de landbouwer zich bevindt, dit areaal op verzoek van de landbouwer wordt geacht deel uit te maken van zijn bedrijf, op voorwaarde dat het zich in de onmiddellijke nabijheid van dit bedrijf bevindt en dat een belangrijk deel van alle door deze landbouwer gebruikte landbouwgrond in de lidstaat ligt waar zijn vestigingsplaats zich bevindt.