Art. 13, Specifieke voorwaarden met betrekking tot de verzamelaanvraag

1. In het geval dat een aanvraag om areaalbetalingen voor akkerbouwgewassen als bedoeld in titel IV, hoofdstuk 10, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 een aangifte van de teelt van vezelvlas of –hennep in het kader van artikel 106 van die verordening bevat, wordt de indiening verlangd van de overeenkomstig Richtlijn 2002/57/EG van de Raad (15), en met name artikel 12 daarvan, op de verpakking van het zaaizaad gebruikte officiële etiketten of, in het geval van vezelvlas, van enige andere door de betrokken lidstaat als gelijkwaardig erkende documenten, met inbegrip van de in artikel 19 van die richtlijn bedoelde goedkeuring.

Wanneer de inzaai na de uiterste datum voor de indiening van de verzamelaanvraag plaatsvindt, worden die etiketten of documenten uiterlijk op 30 juni ingediend.

In het geval dat de etiketten van zaaizaad van vezelhennep ook bij andere nationale autoriteiten moeten worden ingediend, kunnen de lidstaten bepalen dat die etiketten aan de landbouwer worden teruggeven nadat zij zijn ingediend.

In het geval van vezelhennep wordt alle informatie verstrekt die nodig is voor de identificatie van de met hennep ingezaaide percelen, zulks voor elk ingezaaid hennepras.

In het laatstbedoelde geval en in het geval dat de landbouwer voornemens is hennep te produceren overeenkomstig artikel 52 van Verordening (EG) nr. 1782/2003, bevat de verzamelaanvraag:

a) een kopie van het contract of de verbintenis als bedoeld in de artikelen 52 en 106 van die verordening, tenzij de lidstaat voor de indiening van die kopie een latere uiterste datum, die niet later dan 15 september mag zijn, heeft bepaald;

b) in het in artikel 52 van die verordening bedoelde geval, een opgave van de gebruikte hoeveelheden zaaizaad (kilogram per hectare);

c) de overeenkomstig Richtlijn 2002/57/EG, en met name artikel 12 daarvan, op de verpakking van het zaaizaad gebruikte officiële etiketten; indien de inzaai evenwel na de uiterste datum voor de indiening van de verzamelaanvraag plaatsvindt, worden de etiketten uiterlijk op 30 juni ingediend; in het geval dat de etiketten ook bij andere nationale autoriteiten moeten worden ingediend, kunnen de lidstaten bepalen dat die etiketten aan de landbouwer worden teruggegeven nadat zij overeenkomstig dit punt zijn ingediend.

2. In het geval van braakgelegde grond die wordt gebruikt overeenkomstig artikel 55, onder b), van Verordening (EG) nr. 1782/2003 of artikel 107, lid 3, eerste streepje, van die verordening, bevat de verzamelaanvraag het bewijs dat krachtens de geldende sectorale bepalingen is vereist.

3. In het geval van een aanvraag om de specifieke kwaliteitspremie voor durumtarwe als bedoeld in titel IV, hoofdstuk 1, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 en om de toeslag voor durumtarwe en het specifieke steunbedrag als bedoeld in artikel 105 van die verordening bevat de verzamelaanvraag een overeenkomstig door de lidstaat vast te stellen regels geleverd bewijs dat de minimumhoeveelheid goedgekeurd zaad van durumtarwe is gebruikt.

4. In het geval van een aanvraag om de gewasspecifieke betaling voor rijst als bedoeld in titel IV, hoofdstuk 3, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 bevat de verzamelaanvraag een vermelding van het ingezaaide rijstras en een identificatie van de desbetreffende percelen.

5. In het geval van een aanvraag om de areaalbetaling voor noten als bedoeld in titel IV, hoofdstuk 4, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 worden in de verzamelaanvraag het aantal bomen, de standplaats ervan en de betrokken soorten bomen vermeld.

6. In het geval van een aanvraag om de steun voor energiegewassen als bedoeld in titel IV, hoofdstuk 5, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 bevat de verzamelaanvraag een kopie van het contract dat de aanvrager overeenkomstig artikel 35 van Verordening (EG) nr. 2237/2003 met een eerste verwerker heeft gesloten.

7. In het geval van een aanvraag om de steun voor zetmeelaardappelen als bedoeld in titel IV, hoofdstuk 6, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 bevat de verzamelaanvraag een kopie van het teeltcontract; de lidstaten kunnen evenwel voor de indiening van deze kopie een latere uiterste datum, die niet later dan 30 juni mag zijn, bepalen.

8. In het geval van een aanvraag om de steun voor zaaizaad als bedoeld in titel IV, hoofdstuk 9, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 bevat de verzamelaanvraag:

a) een kopie van het vermeerderingscontract of de vermeerderingsaangifte; de lidstaten kunnen evenwel voor de indiening van deze kopie een latere uiterste datum, die niet later dan 15 september mag zijn, bepalen;

b) een opgave van de op elk perceel ingezaaide zaadsoort;

c) een opgave van de door vermeerdering geproduceerde hoeveelheden goedgekeurd zaaizaad, aangegeven in kwintalen (100 kg) tot één cijfer achter de komma; de lidstaten kunnen evenwel voor de verstrekking van deze informatie een latere uiterste datum, die niet later dan 15 juni van het jaar volgende op de oogst mag zijn, bepalen;

d) een kopie van de bewijsstukken waaruit blijkt dat de bedoelde hoeveelheden zaaizaad officieel zijn goedgekeurd; de lidstaten kunnen evenwel voor de indiening van deze informatie een latere uiterste datum, die niet later dan 31 mei van het jaar volgende op de oogst mag zijn, bepalen.

Uitspraken die dit artikel aanhalen