Art. 36 Verordening (EG) nr. 795/2004, Berekening van het regionale maximum

Verordening (EG) nr. 795/2004

1. Indien een lidstaat gebruik maakt van de in artikel 58, lid 1, en artikel 59, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 geboden mogelijkheid, wordt in gevallen waarin het bedrijf van de landbouwer zich gedeeltelijk in de betrokken regio bevindt, het regionale maximum, onverminderd artikel 58, lid 3, van die verordening, berekend op basis van het referentiebedrag dat overeenstemt met de in de betrokken regio gelegen productie-enheden die in de referentieperiode recht hebben gegeven op rechtstreekse betalingen, of op basis van door de lidstaat vastgestelde objectieve criteria.

2. In het in lid 1 bedoelde geval is het individuele referentiebedrag als vermeld in artikel 59, lid 3, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1782/2003, het bedrag dat overeenstemt met de in de betrokken regio gelegen productie-eenheden die in de referentieperiode recht hebben gegeven op rechtstreekse betalingen, of dat is vastgesteld op basis van door de lidstaat vastgestelde objectieve criteria.

3. Artikel 26, lid 2, is van overeenkomstige toepassing.