Art. 31 Verordening (EG) nr. 795/2004, Melkpremie en extra betalingen

Verordening (EG) nr. 795/2004

1. Idien een lidstaat in 2005 gebruik maakt van artikel 62, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 dan wel in het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling, bij toepassing van artikel 71 van Verordening (EG) nr. 1782/2003, geldt het volgende:

a) in de gevallen waarin de melkveehouder in de referentieperiode andere rechtstreekse betalingen heeft ontvangen:

— indien hij in de referentieperiode over hectaren beschikte, worden de toeslagrechten overeenkomstig artikel 43 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 berekend op basis van alle hectaren die in de referentieperiode recht gaven op die rechtstreekse betalingen, met inbegrip van het voederareaal;

— indien hij in de referentieperiode niet over hectaren beschikte, ontvangt hij aan speciale voorwaarden onderworpen toeslagrechten die zijn berekend overeenkomstig artikel 48 van Verordening (EG) nr. 1782/2003;

c) in de gevallen waarin een melkveehouder in de referentieperiode geen andere rechtstreekse betalingen heeft ontvangen:

— indien hij over hectaren beschikt, worden de toeslagrechten berekend door het in het kader van de artikelen 95 en 96 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 te verlenen bedrag te delen door de hectaren die hij in 2005 dan wel, bij toepassing van artikel 71 van Verordening (EG) nr. 1782/2003, in het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling in bezit heeft;

— indien hij niet over hectaren beschikt, ontvangt hij aan speciale voorwaarden onderworpen toeslagrechten die zijn berekend overeenkomstig artikel 48 van Verordening (EG) nr. 1782/2003.

2. Indien een lidstaat in 2006 gebruik maakt van de in artikel 62, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 geboden mogelijkheid, is artikel 50 van die verordening van toepassing.