Art. 26 Verordening (EG) nr. 795/2004, Regionale begrenzing

Verordening (EG) nr. 795/2004

1. Lidstaten die gebruik maken van de in artikel 46, lid 1, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 geboden mogelijkheid, definiëren de regio op het passende territoriale niveau, uitgaande van objectieve criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden voorkomen.

2. De lidstaat definieert de in lid 1 bedoelde regio uiterlijk één maand vóór de begindatum van de in artikel 44, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 bedoelde periode van 10 maanden.

Het is een landbouwer wiens bedrijf zich in de betrokken regio bevindt, niet toegestaan om zijn toeslagrechten die overeenstemmen met het aantal hectaren dat hij in het eerste jaar van toepassing van de in artikel 46, lid 1, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 vermelde mogelijkheid aangeeft, buiten die regio over te dragen of te gebruiken.

Het is een landbouwer wiens bedrijf zich gedeeltelijk in de betrokken regio bevindt, niet toegestaan om zijn toeslagrechten die overeenstemmen met het aantal in die regio gelegen hectaren dat hij in het eerste jaar van toepassing van de genoemde mogelijkheid aangeeft, buiten die regio over te dragen of te gebruiken.

3. De in artikel 46, lid 1, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 bedoelde beperking op de overdracht van toeslagrechten is niet van toepassing op een feitelijke of verwachte vererving van toeslagrechten zonder een overeenkomstig aantal subsidiabele hectaren.

4. Lidstaten mogen beslissen om de in artikel 46, lid 1, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 bedoelde beperking op de overdracht van toeslagrechten alleen toe te passen op braakleggingstoeslagrechten.