Art. 23, Instandhouding van het gezin
1. De lidstaten zorgen ervoor dat het gezin in stand kan worden gehouden.
2. De lidstaten waarborgen dat gezinsleden van de persoon met de vluchtelingenstatus of de subsidiaire-beschermingsstatus die zelf niet in aanmerking komen voor die statussen, aanspraak kunnen maken op de in de artikelen 24 tot en met 34 genoemde voordelen, overeenkomstig de nationale procedures en voorzover verenigbaar met de persoonlijke juridische status van het gezinslid.
Ten aanzien van de gezinsleden van personen met de subsidiaire-beschermingsstatus kunnen de lidstaten de voorwaarden voor de betrokken voordelen bepalen.
In dat geval zien de lidstaten erop toe dat de toegekende rechten een toereikende levensstandaard waarborgen.
3. De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing wanneer het gezinslid op grond van de hoofdstukken III en V van de vluchtelingenstatus of de subsidiaire-beschermingsstatus uitgesloten is.
4. Onverminderd de leden 1 en 2 kunnen de lidstaten de daarin verleende rechten weigeren, beperken of intrekken om redenen van nationale veiligheid of openbare orde.
5. De lidstaten kunnen besluiten dat dit artikel ook geldt voor andere naaste verwanten die ten tijde van het vertrek uit het land van herkomst deel uitmaakten van het gezin van de persoon aan wie de vluchtelingenstatus of de subsidiaire-beschermingsstatus is verleend, en die op dat tijdstip volledig of grotendeels te zijnen laste kwamen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 12 maart 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BC7140
- ABRvS 6 juli 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BJ2153
- Rb. 's-Gravenhage 22 december 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BU9073
- Rb. 's-Gravenhage 14 juli 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BN1664
- Rb. 's-Gravenhage 6 maart 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BH8909
- Rb. 's-Gravenhage 14 oktober 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BG5796
- Rb. 's-Gravenhage 13 juli 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BA9714
- Rb. Den Haag 8 mei 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:5328
- Rb. Den Haag 5 september 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:10657
- Rb. Den Haag 19 september 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:14369