Rb. 's-Gravenhage 13 juli 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BA9714
Art. 29 lid 1 sub e Vw 2000 / gezinsherenigingsrichtlijn (2003/86/EG) De voorzieningenrechter dient de vraag te beantwoorden of de Gezinsherenigingsrichtlijn (de Richtlijn) van toepassing is op de door verzoekster ingediende asielaanvraag. De voorzieningenrechter beantwoordt die vraag bevestigend en verwijst in dat kader naar hoofdstuk V van de Richtlijn, dat ziet op ‘Gezinshereniging met vluchtelingen’ en het commentaar op de Richtlijn. Voorts heeft de voorzieningenrechter in aanmerking genomen dat uit de uitspraken van de 6 augustus 2003 (JV 2003/433) en van 3 juni 2004 (JV 2004/303) van de ABRS niet valt af te leiden dat de Richtlijn in het kader van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder e, Vw 2000 toepassing mist. Verder heeft de voorzieningenrechter overwogen dat de bestreden beschikking niet deugdelijk is gemotiveerd, nu verweerder in de bestreden beschikking naar aanleiding van hetgeen in de zienswijze is aangevoerd niet inhoudelijk is ingegaan op de Richtlijn en artikel 23 van de Definitierichtlijn . De voorzieningenrechter is van oordeel dat de asielaanvraag van verzoekster ten onrechte in de AC-procedure is afgewezen. Verweerder dient bij het nemen van een nieuw besluit zich inhoudelijk uit te laten over zowel de Richtlijn als de Definitierichtlijn. Het beroep is gegrond verklaard wegens strijd met artikel 3:46 Awb en het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl