ABRvS 12 maart 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BC7140
Gezinsherenigingsrichtlijn verzet zich niet tegen implementatie in reguliere procedure / artikel 29, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw2000 is een gunstiger bepaling / artikel 23 van de Definitierichtlijn leidt niet tot verlening van een verblijfsvergunning asiel Richtlijn 2003/86/EG verzet zich naar het oordeel van de Afdeling niet tegen implementatie van de bepalingen met betrekking tot gezinshereniging van door de lidstaten erkende vluchtelingen met hun gezinsleden in de wet- en regelgeving die ziet op de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier, nu deze Richtlijn, waaronder begrepen de in hoofdstuk V van die Richtlijn genoemde bepalingen over hereniging van door de lidstaten erkende vluchtelingen met hun gezinsleden, louter ziet op verblijf in het kader van gezinshereniging en niet op verblijf in het kader van asiel. In dit verband wordt gewezen op het bepaalde in artikel 9, derde lid, van Richtlijn 2003/86/EG. De enkele omstandigheid dat onder bepaalde voorwaarden op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw 2000 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan worden verleend aan gezinsleden van vreemdelingen die met toepassing van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag zijn erkend, kan niet leiden tot het oordeel dat Richtlijn 2003/86/EG van toepassing is bij de beoordeling van de vraag of gezinsleden die niet aan deze voorwaarden voldoen in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. Gezien de aan de op grond van deze bepaling verleende vergunning verbonden rechtspositie, dient artikel 29, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw 2000 te worden aangemerkt als een gunstiger bepaling als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van Richtlijn 2003/86/EG en valt deze buiten de reikwijdte van de in Richtlijn 2003/86/EG neergelegde minimumnormen. Er bestaat dan ook geen grond voor het oordeel dat Richtlijn 2003/86/EG van toepassing is op gezinsleden die een aanvraag indienen om verlening van een verblijfsvergunning asiel, maar niet voldoen aan de voorwaarden neergelegd in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw 2000. [..] Uit artikel 23 van Richtlijn 2004/83/EG kan niet worden afgeleid dat de aan dit artikel te ontlenen aanspraken zouden moeten leiden tot verlening van een verblijfsvergunning asiel in een situatie waarin daar overigens geen aanspraak op zou bestaan. Reeds hierom faalt het betoog van de vreemdeling dat op grond van deze bepaling bij de beoordeling van de vraag of een gezinslid in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw 2000, het vereiste dat het gezinslid dezelfde nationaliteit moeten hebben als de vreemdeling bij wie verblijf wordt beoogd en aan wie eerder een verblijfsvergunning asiel is verleend, niet mag worden tegengeworpen.
De uitspraak op rechtspraak.nl