Art. 4 Richtlijn 2004/36/EG, Platforminspectie

Richtlijn 2004/36/EG

1. Iedere lidstaat treft de nodige voorzieningen om luchtvaartuigen uit derde landen, die ervan verdacht worden niet aan de internationale veiligheidsnormen te voldoen, aan platforminspecties te kunnen onderwerpen, wanneer zij op één van hun voor internationaal luchtverkeer openstaande luchthavens landen. Bij de toepassing van dergelijke procedures besteedt de bevoegde autoriteit speciale aandacht aan luchtvaartuigen:

- die volgens ontvangen informatie slecht onderhouden zijn of zichtbare schade of gebreken vertonen;

- die volgens de meldingen abnormaal vlieggedrag vertonen sinds het binnenvliegen in het luchtruim van een lidstaat, waardoor ernstige bezorgdheid over de veiligheid is ontstaan;

- wanneer bij een vorige platforminspectie gebreken aan het licht zijn gekomen die aanleiding geven tot ernstige bezorgdheid dat het luchtvaartuig niet voldoet aan de internationale veiligheidsnormen, en waarbij de lidstaat vreest dat de gebreken niet zijn hersteld;

- wanneer er bewijzen zijn dat de bevoegde autoriteiten van het land van registratie geen behoorlijk toezicht op de veiligheid uitoefenen, of

- wanneer de krachtens artikel 3 ingewonnen informatie aanleiding geeft tot bezorgdheid over de exploitant, of wanneer bij een vorige platforminspectie van een door dezelfde exploitant gebruikt luchtvaartuig gebreken aan het licht zijn gekomen.

2. Lidstaten kunnen regels opstellen om luchtvaartuigen ook wanneer er geen directe verdenking bestaat, aan steekproefsgewijze platforminspecties te onderwerpen, mits deze regels stroken met het communautaire en internationale recht. Deze procedure wordt evenwel op niet-discriminerende wijze toegepast.

3. De lidstaten zorgen ervoor dat passende platforminspecties en andere controlemaatregelen waartoe in het kader van artikel 8, lid 3, wordt besloten, worden uitgevoerd.

4. De platforminspectie wordt uitgevoerd volgens de in bijlage II beschreven procedure, met behulp van een inspectierapportformulier, dat tenminste de punten bevat uit het aan bijlage II gehechte formulier. Na voltooiing van de platforminspectie dienen de bevindingen van de platforminspectie aan de gezagvoerder of een vertegenwoordiger van de exploitant van het luchtvaartuig te worden medegedeeld, en indien er belangrijke gebreken aan het licht zijn getreden, dient het rapport aan de exploitant van het luchtvaartuig en aan de betrokken bevoegde autoriteiten te worden toegezonden.

5. Bij de uitvoering van een platforminspectie uit hoofde van deze richtlijn dient de betrokken bevoegde autoriteit al het mogelijke te doen om te voorkomen dat het geïnspecteerde luchtvaartuig onredelijke vertraging oploopt.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen