Rb. Noord-Holland 30 juni 2015, ECLI:NL:RBNHO:2015:6543
Verweerder heeft een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 4.1, eerste lid, van de Wet Luchtvaart, aangezien eiseres tegen vergoeding vluchten aanbiedt, zonder over een daartoe door de minister afgegeven Air Operator Certificate (AOC) of een ontheffing daarvan te beschikken. Eiseres voert aan dat zij nooit vluchten tegen vergoeding heeft aangeboden. Eiseres heeft geen winstoogmerk. Alleen donateurs, sponsors en hun genodigden vliegen mee op uitnodiging van eiseres. Ten aanzien van de vluchtuitvoering overweegt de rechtbank dat sponsors en donateurs na betaling het recht verkrijgen om mee te vliegen en dat eiseres tegen betaling certificaten van ‘mede-eigendom’ heeft verstrekt die aan de houder ervan het recht geeft om mee te vliegen. De rechtbank is van oordeel dat deze constructie niet kan verhullen dat feitelijk sprake is van vluchtuitvoering tegen vergoeding, zodat eiseres als exploitant van de Antonov in beginsel over een AOC dient te beschikken. Vrijstelling van het AOC-vereiste kan niet worden gebaseerd op de omstandigheid dat het vliegtuig voldoet aan de criteria onder a) sub ii) dan wel onder d) van bijlage II bij Verordening 216/2008.
De uitspraak op rechtspraak.nl