Art. 6 Richtlijn 2004/36/EG, Bescherming en verspreiding van informatie
1. De lidstaten nemen, overeenkomstig hun nationale wetgeving, de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de vertrouwelijkheid van informatie die zij overeenkomstig artikel 5 ontvangen, op passende wijze wordt beschermd. Zij gebruiken de informatie uitsluitend voor de doeleinden van deze richtlijn.
2. De Commissie publiceert jaarlijks een voor het publiek en de belanghebbenden in de bedrijfstak toegankelijk verslag met geaggregeerde gegevens, dat een analyse van alle overeenkomstig artikel 5 ontvangen informatie bevat. Die analyse is eenvoudig en begrijpelijk en geeft aan of er sprake is van een verhoogd veiligheidsrisico voor passagiers. In die analyse wordt de informatiebron geanonimiseerd.
3. Onverminderd het recht van het publiek op toegang tot de documenten van de Commissie, als neergelegd in Verordening (EG) nr. 1049/2001, neemt de Commissie volgens de procedure van artikel 10, lid 2, eigener beweging maatregelen voor de verspreiding aan de belanghebbende partijen van de in lid 1 bedoelde informatie en de daarvoor geldende voorwaarden. Deze maatregelen, die algemeen of individueel van aard kunnen zijn, zijn gebaseerd op de noodzaak om:
- personen en organisaties te voorzien van de informatie die zij nodig hebben om de veiligheid van de burgerluchtvaart te verbeteren;
- de verspreiding van informatie te beperken tot hetgeen strikt vereist is voor het doel van de gebruikers ervan, teneinde een passende vertrouwelijkheid van die informatie te waarborgen.
4. Wanneer informatie betreffende gebreken van luchtvaartuigen vrijwillig is verstrekt, wordt de bron ervan in de in artikel 4, lid 4, bedoelde platforminspectierapporten geanonimiseerd.