Art. 8 Richtlijn 2004/36/EG, Maatregelen ter verhoging van de veiligheid en uitvoeringsmaatregelen

Richtlijn 2004/36/EG

1. De lidstaten delen de Commissie mee welke operationele maatregelen zij hebben getroffen voor de uitvoering van de bepalingen van de artikelen 3, 4 en 5.

2. Op grond van de krachtens lid 1 ingewonnen informatie kan de Commissie, volgens de procedure van artikel 10, lid 2, alle nodige maatregelen treffen om de uitvoering van de bepalingen van de artikelen 3, 4 en 5 te vergemakkelijken, zoals:

- vaststelling van de lijst van in te winnen inlichtingen;

- specificering van de inhoud van en procedures voor platforminspecties specificeren;

- bepaling van het formaat voor de opslag en verspreiding van gegevens;

- oprichting of ondersteuning van de toepasselijke instanties die de instrumenten voor de inzameling en uitwisseling van informatie moeten beheren of gebruiken.

3. Op grond van de krachtens de artikelen 3, 4 en 5 ontvangen informatie, en overeenkomstig de procedure van artikel 10, lid 2, kan een besluit worden genomen over passende platforminspecties en andere controlemaatregelen, met name ten aanzien van een of meer exploitanten uit een bepaald derde land, in afwachting van de vaststelling door de bevoegde autoriteit van dat land van toereikende regelingen voor het treffen van corrigerende maatregelen.

4. De Commissie kan alle passende maatregelen nemen voor samenwerking met en het verlenen van assistentie aan derde landen om hun capaciteit voor toezicht op de veiligheid van de luchtvaart te verbeteren.

Vorige artikelen

Volgende artikelen