Art. 9 Richtlijn 2004/8/EG, Administratieve procedures
1. De lidstaten of de bevoegde instanties die door de lidstaten zijn aangewezen, evalueren het bestaande wet- en regelgevingskader met betrekking tot de vergunningsprocedures of de overige procedures voor hoogrenderende warmtekrachtkoppelingseenheden die zijn vastgelegd in artikel 6 van Richtlijn 2003/54/EG.
Deze evaluatie gebeurt met het oog op:
a) de stimulering van het opzetten van warmtekrachtkoppelingseenheden om te voorzien in economisch aantoonbare behoefte aan nuttige warmte en om de productie van meer warmte dan nuttige warmte te voorkomen;
b) de vermindering van de wetgevings- en andere belemmeringen voor de groei van warmtekrachtkoppeling;
c) de stroomlijning en bespoediging van procedures op het betrokken bestuursniveau en
d) het garanderen dat de regels objectief, transparant en niet-discriminerend zijn en ten volle rekening houden met de karakteristieken van de verschillende technologieën voor warmtekrachtkoppeling.
2. De lidstaten geven - waar dit passend is in de context van de nationale wetgeving - een indicatie van de stand van zaken die is bereikt, in het bijzonder op het gebied van:
a) de coördinatie tussen de verschillende administratieve instanties op het gebied van termijnen, ontvangst en behandeling van de aanvragen om vergunningen;
b) de opstelling van eventuele richtsnoeren voor de in lid 1 bedoelde activiteiten en de haalbaarheid van een versnelde planningsprocedure voor producenten die gebruikmaken van warmtekrachtkoppeling en
c) de aanwijzing van instanties die optreden als bemiddelaar bij geschillen tussen de instanties die met de afgifte van vergunningen zijn belast en de aanvragers daarvan.