Art. 6 Richtlijn 2003/54/EG, Vergunningsprocedure

Richtlijn 2003/54/EG

1. Voor de bouw van nieuwe productiecapaciteit voeren de lidstaten een vergunningsprocedure in die aan de hand van objectieve, transparante en niet-discriminerende criteria wordt toegepast.

2. De lidstaten stellen de criteria voor de verlening van bouwvergunningen voor productiecapaciteit op hun grondgebied vast. Deze criteria kunnen betrekking hebben op:

a) de veiligheid en de bedrijfszekerheid van het elektriciteitsnet, de installaties en de bijbehorende uitrusting;

b) de bescherming van de volksgezondheid en de veiligheid;

c) de bescherming van het milieu;

d) ruimtelijke ordening en locatie;

e) gebruik van grond met een openbare bestemming;

f) energie-efficiëntie;

g) de aard van de primaire energiebronnen;

h) de bijzondere kenmerken van de aanvrager, zoals technische, economische en financiële capaciteit;

i) de naleving van de maatregelen die krachtens artikel 3 zijn genomen.

3. De lidstaten zorgen ervoor dat er bij de vergunningsprocedures voor kleine en/of plaatselijke elektriciteitsproductie rekening gehouden wordt met hun beperkte grootte en potentiële effect.

4. De vergunningsprocedures en de criteria worden gepubliceerd. De aanvragers worden op de hoogte gesteld van de redenen tot weigering van een vergunning. De redenen moeten objectief en niet-discriminerend zijn, op goede gronden berusten en naar behoren worden gestaafd. Beroep moet voor de aanvrager mogelijk zijn.