Art. 4 Richtlijn 2004/8/EG, Rendementscriteria voor warmtekrachtkoppeling
1. Ten behoeve van de bepaling van het rendement van warmtekrachtkoppeling overeenkomstig bijlage III stelt de Commissie volgens de procedure van artikel 14, lid 2, uiterlijk 21 februari 2006 geharmoniseerde rendementsreferentiewaarden vast voor de gescheiden productie van elektriciteit en warmte. Deze geharmoniseerde rendementsreferentiewaarden zullen bestaan uit een matrix van waarden naar gelang van de relevante factoren, met inbegrip van bouwjaar en type brandstof, en moeten gebaseerd zijn op een goed gedocumenteerde analyse, waarbij onder andere rekening wordt gehouden met gegevens over operationeel gebruik onder realistische omstandigheden, grensoverschrijdende uitwisseling van elektriciteit, brandstofmengsel en klimatologische omstandigheden alsmede toegepaste warmtekrachtkoppelingstechnologieën overeenkomstig de beginselen van bijlage III.
2. Voor het eerst op 21 februari 2011 en vervolgens om de vier jaar evalueert de Commissie, volgens de procedure van artikel 14, lid 2, de geharmoniseerde rendementsreferentiewaarden voor de gescheiden productie van elektriciteit en warmte als bedoeld in lid 1, teneinde rekening te houden met de technologische ontwikkelingen en de veranderingen in de distributie van energiebronnen.
3. De lidstaten die deze richtlijn implementeren vóórdat de Commissie de in lid 1 bedoelde geharmoniseerde referentiewaarden voor de gescheiden productie van elektriciteit en warmte heeft vastgesteld, moeten tot de in lid 1 bedoelde datum nationale rendementsreferentiewaarden voor gescheiden productie van warmte en elektriciteit vaststellen voor de berekening van de besparing op primaire energie als gevolg van warmtekrachtkoppeling volgens de methode van bijlage III.