Art. 11 Richtlijn 2004/8/EG, Rapportage door de Commissie
1. Op basis van de verslagen die worden ingediend overeenkomstig artikel 10, beoordeelt de Commissie de toepassing van deze richtlijn en overhandigt zij het Europees Parlement en de Raad uiterlijk op 21 februari 2008 en vervolgens om de vier jaar een voortgangsverslag over de uitvoering van deze richtlijn.
In het bijzonder moet het verslag:
a) ingaan op de vorderingen die zijn geboekt met de realisatie van het nationale potentieel voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling als bedoeld in artikel 6;
b) beoordelen in hoeverre de regels en procedures die de kadervoorwaarden voor warmtekrachtkoppeling binnen de interne energiemarkt bepalen, zijn vastgesteld op grond van objectieve, transparante en niet-discriminerende criteria waarbij op passende wijze rekening is gehouden met de voordelen van warmtekrachtkoppeling;
c) de ervaringen onderzoeken die zijn opgedaan met de toepassing en het naast elkaar bestaan van verschillende steunmechanismen voor warmtekrachtkoppeling;
d) de rendementsreferentiewaarden voor gescheiden productie opnieuw bekijken op basis van de technologieën van dat moment.
De Commissie doet het verslag zo nodig vergezeld gaan van voorstellen aan het Europees Parlement en de Raad voor verdere maatregelen.
2. Bij de beoordeling van de vorderingen als bedoeld in lid 1, onder a), overweegt de Commissie in welke mate het in artikel 6 bedoelde nationale potentieel voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling is of zal worden gerealiseerd, rekening houdend met de maatregelen van de lidstaten, de omstandigheden - waaronder klimatologische omstandigheden - en de gevolgen van de interne energiemarkt en van andere communautaire initiatieven zoals Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in de broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad(19).
Zo nodig legt de Commissie nadere voorstellen aan het Europees Parlement en de Raad voor, met name voor de vaststelling van een actieplan voor de ontwikkeling van hoogrenderende warmtekrachtkoppeling in de Gemeenschap.
3. Bij de beoordeling van de ruimte voor verdere harmonisatie van de in artikel 4, lid 1, bedoelde berekeningsmethode overweegt de Commissie de gevolgen van het gelijktijdig bestaan van berekeningen als bedoeld in artikel 12, bijlagen II en III, op de internationale energiemarkt, tevens rekening houdend met de opgedane ervaring met nationale steunregelingen.
Zo nodig legt de Commissie nadere voorstellen aan het Europees Parlement en de Raad voor ter verdere harmonisatie van de berekeningsmethoden.