Art. 5, Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a) "melk": het door het melken van één of meer koeien verkregen product;

b) "andere zuivelproducten": alle andere zuivelproducten dan melk, met name magere melk, room, boter, yoghurt en kaas; in voorkomend geval worden deze producten in "melkequivalent" omgerekend aan de hand van volgens de procedure van artikel 23, lid 2, vast te stellen coëfficiënten;

c) "producent": landbouwer of bedrijfshoofd in de zin van artikel 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en voor steunregelingen voor landbouwers(8) wiens bedrijf zich op het grondgebied van de Gemeenschap bevindt en die melk produceert en vermarkt of voorbereidingen treft om dit in een zeer nabije toekomst te doen;

d) onder "bedrijf" wordt verstaan: bedrijf in de zin van artikel 2, onder b), van Verordening (EG) nr. 1782/2003;

e) "koper": een onderneming of groepering die van een producent melk koopt

- om deze, ook in het kader van een loonwerkovereenkomst, in te zamelen, te verpakken, op te slaan, te koelen en te behandelen of te verwerken;

- om deze door te verkopen aan een of meer bedrijven die melk of andere zuivelproducten behandelen of verwerken.

Een groepering van in een zelfde geografisch gebied gevestigde kopers die voor rekening van de aangeslotenen administratieve en boekhoudkundige handelingen verricht welke noodzakelijk zijn voor de betaling van de heffing, wordt als koper beschouwd. Voor de toepassing van de eerste zin van deze alinea wordt Griekenland als één geografisch gebied beschouwd en kan het een overheidsorganisatie met de bovenbedoelde groepering van kopers gelijkstellen;

f) "levering": elke levering van melk, exclusief andere zuivelproducten, door een producent aan een koper ongeacht of de producent, de koper, het bedrijf dat deze melk behandelt of verwerkt, dan wel een derde de melk vervoert;

g) "rechtstreekse verkoop": elke verkoop of overdracht van melk die rechtstreeks door de producent aan de consument wordt verricht, alsmede elke door een producent verrichte verkoop of overdracht van andere zuivelproducten. De Commissie kan, volgens de procedure van artikel 23, lid 2, en met inachtneming van de definitie van "levering" in punt f), de definitie van "rechtstreekse verkoop" aanpassen om met name te voorkomen dat hoeveelheden melk of andere zuivelproducten die worden vermarkt, niet onder de heffingsregeling vallen;

h) "vermarkting": levering van melk of rechtstreekse verkoop van melk of andere zuivelproducten;

i) "nationale referentiehoeveelheid": de voor elke lidstaat in bijlage I vastgestelde referentiehoeveelheid;

j) "individuele referentiehoeveelheid": de referentiehoeveelheid van de producent per 1 april van elk tijdvak van twaalf maanden;

k) "beschikbare referentiehoeveelheid": de voor de producent beschikbare referentiehoeveelheid per 31 maart van de periode van twaalf maanden waarvoor de heffing wordt berekend, rekening houdend met alle in deze verordening bedoelde overdrachten, omzettingen, verkopen en tijdelijke hertoewijzingen die in dit tijdvak van twaalf maanden hebben plaatsgevonden.

Uitspraken die dit artikel aanhalen