Art. 3 Verordening (EG) nr. 1788/2003, Betaling van de heffing
Verordening (EG) nr. 1788/2003
1. De lidstaten zijn de Gemeenschap de heffing verschuldigd die voortvloeit uit de overschrijding van de in bijlage I vastgestelde nationale referentiehoeveelheid; deze heffing wordt op nationaal niveau afzonderlijk bepaald voor leveringen en rechtstreekse verkopen; 99 % van het verschuldigde het bedrag van de heffing wordt na afloop van het tijdvak van twaalf maanden vóór 1 oktober door de lidstaten gestort in het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL).
2. Indien de in lid 1 bedoelde betaling niet heeft plaatsgevonden vóór de vastgestelde datum brengt de Commissie, na raadpleging van het comité van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, een bedrag gelijk aan de niet-betaalde heffing in mindering op de maandelijkse voorschotten op de voorziening voor de door de lidstaat verrichte uitgaven in de zin van artikel 5, lid 1, en artikel 7, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1258/1999 van de Raad van 17 mei 1999 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid(7). Alvorens een besluit te nemen meldt de Commissie dit aan de betrokken lidstaat, die binnen een week zijn standpunt kenbaar maakt. Artikel 14 van Verordening (EG) nr. 2040/2000 is niet van toepassing.
3. De Commissie stelt de uitvoeringsbepalingen voor dit artikel vast volgens de in artikel 23, lid 2, bedoelde procedure.