Art. 1, Werkingssfeer

1. Gedurende 11 opeenvolgende tijdvakken van twaalf maanden, te beginnen op 1 april 2004, (hierna "tijdvakken van twaalf maanden" te noemen), wordt een heffing ingesteld (hierna "de heffing" te noemen) over de hoeveelheden koemelk en andere zuivelproducten die in het betrokken tijdvak van twaalf maanden boven de in de bijlage I vastgestelde nationale hoeveelheden worden vermarkt.

2. Deze hoeveelheden worden overeenkomstig artikel 6 over de producenten verdeeld, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen levering en rechtstreekse verkoop als omschreven in artikel 5. De overschrijding van de nationale referentiehoeveelheid en de daaruit voortvloeiende heffing, worden, overeenkomstig hoofdstuk 3, op nationaal niveau in elke lidstaat en afzonderlijk voor leveringen en rechtstreekse verkopen vastgesteld.

3. De in bijlage I opgenomen nationale referentiehoeveelheden worden vastgesteld onverminderd een eventuele herziening in het licht van de algemene marktsituatie en van bijzondere omstandigheden in bepaalde lidstaten.

Uitspraken die dit artikel aanhalen