Art. 10, Heffing bij leveringen

1. Om de eindafrekening van de heffing op te stellen, worden de door iedere producent geleverde hoeveelheden, wanneer het werkelijke vetgehalte van het referentievetgehalte verschilt, door toepassing van volgens de procedure van artikel 23, lid 2, vast te stellen coëfficiënten en voorwaarden naar boven of naar onder gecorrigeerd.

2. Wanneer de som, op nationaal niveau, van de overeenkomstig lid 1 gecorrigeerde leveringen kleiner is dan de feitelijke leveringen, wordt de heffing berekend op basis van de feitelijke leveringen. In dat geval worden de neerwaartse correcties evenredig verminderd, in die mate dat de som van de gecorrigeerde leveringen overeenstemt met de feitelijke leveringen.

Wanneer de som van de overeenkomstig lid 1 gecorrigeerde leveringen groter is dan de feitelijke leveringen, wordt de heffing berekend op basis van de gecorrigeerde leveringen.

3. De bijdrage van de producenten in de betaling van de verschuldigde heffing wordt, naar keuze van de lidstaat, al dan niet na hertoewijzing van het ongebruikte deel van de nationale referentiehoeveelheid voor leveringen, door de lidstaten vastgesteld naar evenredigheid van de individuele referentiehoeveelheden van elke producent of overeenkomstig door de lidstaten vast te stellen objectieve criteria:

a) hetzij op nationaal niveau op basis van de hoeveelheid waarmee de beschikbare referentiehoeveelheid van elke producent overschreden is,

b) hetzij eerst voor iedere koper en vervolgens, in voorkomend geval, op nationaal niveau.

Uitspraken die dit artikel aanhalen