Art. 12 Richtlijn 2003/55/EG, Taken van distributiesysteembeheerders
1. Elke distributiesysteembeheerder beheert, onderhoudt en ontwikkelt op economische voorwaarden een veilig, betrouwbaar en efficiënt systeem en besteedt daarbij de nodige aandacht aan het milieu.
2. De distributiesysteembeheerder mag niet tussen systeemgebruikers of categorieën van systeemgebruikers discrimineren, en mag met name verwante bedrijven niet bevoordelen.
3. Elke distributiesysteembeheerder verstrekt elke andere distributiesysteembeheerder, transmissiesysteembeheerder, LNG-systeembeheerder en/of opslagsysteembeheerder voldoende informatie om te waarborgen dat het transport en de opslag van aardgas geschieden op een wijze die verenigbaar is met de zekere en doelmatige exploitatie van het stelsel van systemen.
4. Elke distributiesysteembeheerder verstrekt de systeemgebruikers de informatie die zij nodig hebben voor een efficiënte toegang tot het systeem.
5. Waar de distributiesysteembeheerders verantwoordelijk zijn voor het in evenwicht houden van het gasdistributiesysteem zijn de door hen hiertoe vastgestelde voorschriften, waaronder de regels voor de tarieven die zij hun systeemgebruikers in rekening brengen voor energieonbalans, objectief, transparant en niet-discriminerend. De voorwaarden, inclusief regels en tarieven, voor het verlenen van dergelijke diensten door systeembeheerders worden bepaald overeenkomstig artikel 25, lid 2, op een niet-discriminerende wijze die de kosten weerspiegelt. De voorwaarden worden gepubliceerd.