Art. 15 Richtlijn 2003/55/EG, Gecombineerde beheerder

Richtlijn 2003/55/EG

De in artikel 9, lid 1, en artikel 13, lid 1, vervatte regels vormen geen beletsel voor een gecombineerde transmissie-, LNG-, opslag- en distributiesysteembeheerder die wat zijn rechtsvorm, organisatie en besluitvorming betreft onafhankelijk is van andere, niet met het beheer van de transmissie-, LNG-, opslag- of distributiesysteem verbonden activiteiten en die aan de in de letters a) tot en met d) genoemde eisen voldoet. Deze regels houden evenwel geen verplichting in om de eigendom van de activa van het gecombineerde netwerk af te scheiden van het verticaal geïntegreerde bedrijf.

a) de personen die verantwoordelijk zijn voor het bestuur van de gecombineerde systeembeheerder maken geen deel uit van bedrijfsstructuren van het geïntegreerde aardgasbedrijf die direct of indirect verantwoordelijk zijn voor het dagelijkse beheer van productie en levering van aardgas;

b) er worden passende maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat op zodanige wijze rekening wordt gehouden met de professionele belangen van de personen die verantwoordelijk zijn voor het bestuur van de gecombineerde systeembeheerder, dat gewaarborgd is dat zij onafhankelijk kunnen functioneren;

c) de distributiesysteembeheerder beschikt over effectieve bevoegdheden om onafhankelijk van het geïntegreerde gasbedrijf besluiten te nemen met betrekking tot de activa die nodig zijn voor de exploitatie, het onderhoud of de ontwikkeling van het netwerk. Dit vormt geen beletsel voor passende coördinatieregelingen die ervoor moeten zorgen dat de rechten van de moedermaatschappij op economisch toezicht en beheerstoezicht met betrekking tot het rendement, zoals indirect geregeld krachtens artikel 23, lid 2, in een dochtermaatschappij beschermd worden. Dit houdt niet in dat de moedermaatschappij instructies kan geven betreffende de dagelijkse bedrijfsvoering, noch betreffende afzonderlijke beslissingen over de aanleg of de verbetering van de distributielijnen die niet verder gaan dan de voorwaarden van het goedgekeurd financieel plan, of elk equivalent instrument;

d) de gecombineerd-systeembeheerder stelt een nalevingsprogramma vast met daarin de maatregelen om te waarborgen dat discriminerend gedrag is uitgesloten, en zorgt ervoor dat er adequaat toezicht wordt gehouden op de naleving ervan. Het programma bevat de specifieke verplichtingen van de werknemers ter verwezenlijking van die doelstelling. De persoon of instantie die verantwoordelijk is voor het toezicht op het nalevingsprogramma dient bij de in artikel 25, lid 1, bedoelde regelgevende instantie jaarlijks een verslag in waarin de genomen maatregelen worden uiteengezet. Dit verslag wordt gepubliceerd.