Art. 9 Richtlijn 2003/55/EG, Ontvlechting van transmissiesysteembeheerders

Richtlijn 2003/55/EG

1. Wanneer de transmissiesysteembeheerder deel uitmaakt van een verticaal geïntegreerd bedrijf moet hij althans met betrekking tot zijn rechtsvorm, organisatie en besluitvorming, onafhankelijk zijn van andere, niet met transmissie verband houdende activiteiten. Deze regels houden geen verplichting in om de eigendom van de activa van het transmissiesysteem af te scheiden van het verticaal geïntegreerde bedrijf.

2. Teneinde de onafhankelijkheid van de in lid 1 bedoelde transmissiesysteembeheerder te waarborgen, gelden de volgende minimumcriteria:

a) de personen die verantwoordelijk zijn voor het bestuur van de transmissiesysteembeheerder maken geen deel uit van bedrijfsstructuren van het geïntegreerde aardgasbedrijf die direct of indirect verantwoordelijk zijn voor het dagelijkse beheer van de productie, distributie en levering van aardgas;

b) er worden passende maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat op zodanige wijze rekening wordt gehouden met de professionele belangen van de personen die verantwoordelijk zijn voor het bestuur van de transmissiesysteembeheerder dat gewaarborgd is dat zij onafhankelijk kunnen functioneren;

c) de transmissiesysteembeheerder beschikt over effectieve bevoegdheden om onafhankelijk van het geïntegreerde gasbedrijf besluiten te nemen met betrekking tot de activa die nodig zijn voor de exploitatie, het onderhoud en de ontwikkeling van het netwerk. Dit vormt geen beletsel voor passende coördinatieregelingen die ervoor moeten zorgen dat de rechten van de moedermaatschappij op economisch toezicht en beheerstoezicht met betrekking tot het rendement van de investering in een dochtermaatschappij, zoals indirect vastgesteld overeenkomstig artikel 25, lid 2, beschermd worden. Dit houdt met name in dat de moedermaatschappij goedkeuring kan hechten aan het jaarlijks financieel plan, of elk equivalent instrument, van de transmissiesysteembeheerder en globale limieten kan vaststellen betreffende de schuldenlast van haar dochtermaatschappij. Dit houdt niet in dat de moedermaatschappij instructies kan geven betreffende de dagelijkse bedrijfsvoering, noch betreffende afzonderlijke beslissingen over de aanleg of de verbetering van de transmissielijnen die niet verder gaan dan de voorwaarden van het goedgekeurd financieel plan, of elk equivalent instrument.

d) de transmissiesysteembeheerder stelt een nalevingsprogramma vast met maatregelen om te waarborgen dat discriminerend gedrag uitgesloten is, en zorgt ervoor dat er adequaat toezicht wordt gehouden op de naleving ervan. Het programma bevat de specifieke verplichtingen van de werknemers ter verwezenlijking van die doelstelling. De persoon of instantie die verantwoordelijk is voor het toezicht op het nalevingsprogramma dient bij de in artikel 25, lid 1, bedoelde regelgevende instantie jaarlijks een verslag in waarin de genomen maatregelen worden uiteengezet. Dit verslag wordt gepubliceerd.