Art. 17 Richtlijn 2003/55/EG, Ontvlechting van de boekhouding

Richtlijn 2003/55/EG

1. De lidstaten zorgen ervoor dat de boekhouding van aardgasbedrijven overeenkomstig de leden 2 tot en met 5 wordt gevoerd. Wanneer een aardgasbedrijf op grond van artikel 28, leden 2 en 4, van deze bepaling is ontheven, dient het ten minste zijn interne boekhouding overeenkomstig dit artikel te voeren.

2. Ongeacht hun eigendomsregeling of rechtsvorm houden aardgasbedrijven zich bij de opstelling, indiening voor accountantscontrole en publicatie van hun jaarrekening aan de nationale voorschriften inzake de jaarrekening van kapitaalvennootschappen die zijn vastgesteld uit hoofde van de vierde richtlijn van de Raad van 25 juli 1978 op de grondslag van artikel 44, lid 2, onder g)(13), van het Verdrag betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen(14). Bedrijven die niet bij wet verplicht zijn hun jaarrekening te publiceren, dienen op hun hoofdkantoor een kopie daarvan ter beschikking van het publiek te houden.

3. Om discriminatie, kruissubsidiëring en concurrentievervalsing te voorkomen, voeren aardgasbedrijven intern een afzonderlijke boekhouding voor al hun transmissie-, distributie-, LNG- en opslagactiviteiten, zoals zij dat zouden moeten doen indien die activiteiten door verschillende bedrijven werden uitgevoerd. Zij stellen ook al dan niet geconsolideerde jaarrekeningen op voor andere gasactiviteiten die geen verband houden met transmissie, distributie, LNG of opslag. Wat de leveringsactiviteiten betreft, worden voor in aanmerking komende en niet in aanmerking komende afnemers, tot 1 juli 2007 afzonderlijke boekhoudingen gevoerd. Inkomsten die voortkomen uit de eigendom van het transmissie/distributienetwerk worden in de boekhouding gespecificeerd. In voorkomend geval houden zij geconsolideerde boekhoudingen bij voor hun andere, niet aan gas gerelateerde activiteiten. Deze interne boekhoudingen bevatten per activiteit een balans en een winst- en verliesrekening.

4. Bij de audit volgens lid 2 wordt in het bijzonder nagegaan of de verplichting van lid 3 om discriminatie en kruissubsidies te voorkomen, wordt nagekomen.

5. Onverminderd de nationaal geldende boekhoudvoorschriften specificeren de bedrijven in hun interne boekhouding welke regels zij bij de opstelling van de in lid 3 genoemde afzonderlijke boekhoudingen volgen voor de toerekening van de activa en passiva, de lasten en baten, alsmede de regels voor de afschrijving. Die interne regels mogen slechts in uitzonderlijke gevallen worden gewijzigd. Dergelijke wijzigingen worden vermeld en naar behoren gemotiveerd.

6. De bedrijven specificeren in de toelichting bij de jaarrekening alle transacties van een zekere omvang met verwante bedrijven.