Art. 12, Uit de Gemeenschap uitgevoerde levensmiddelen en diervoeders
1. Uit de Gemeenschap uitgevoerde of wederuitgevoerde levensmiddelen en diervoeders om in een derde land in de handel te worden gebracht, dienen te voldoen aan de toepasselijke voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, behoudens andersluidend verzoek van de autoriteiten van het land van invoer of andersluidende bepalingen in de wetgeving, voorschriften, normen, gedragscodes en eventuele andere wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen van het land van invoer.
In andere omstandigheden, behalve wanneer de levensmiddelen schadelijk zijn voor de gezondheid of het diervoerder onveilig is, mogen levensmiddelen of diervoeders alleen uit de Gemeenschap uitgevoerd of wederuitgevoerd worden indien de bevoegde autoriteiten van het land van bestemming daarmee uitdrukkelijk hebben ingestemd, na volledig geïnformeerd te zijn over de redenen waarom en de omstandigheden waaronder de betrokken levensmiddelen of diervoeders in de Gemeenschap niet in de handel konden worden gebracht.
2. Ingeval de bepalingen van een bilaterale overeenkomst tussen de Gemeenschap of een van haar lidstaten en een derde land van toepassing zijn, dienen uit de Gemeenschap of die lidstaat naar dat derde land uitgevoerde levensmiddelen en diervoeders met die bepalingen in overeenstemming te zijn.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Rotterdam 30 april 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:3664
- Rb. Rotterdam 15 juli 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:5619
- CBb 7 februari 2013, ECLI:NL:CBB:2013:BZ1605
- Rb. Rotterdam 14 juli 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:5709
- CBb 2 augustus 2022, ECLI:NL:CBB:2022:483
- Rb. Rotterdam 30 mei 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:CA3451
- CBb 31 maart 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BM3324