Art. 56 Richtlijn 2002/83/EG, Voordelen voor ondernemingen met een vergunning in meer dan één lidstaat

Richtlijn 2002/83/EG

1. Ondernemingen die in verscheidene lidstaten een vergunning aangevraagd of verkregen hebben, kunnen om de volgende voordelen verzoeken, die slechts gezamenlijk kunnen worden toegekend:

a) de in artikel 55 bedoelde solvabiliteitsmarge wordt berekend op basis van het geheel van de werkzaamheden die zij binnen de Gemeenschap uitoefenen; in dit geval worden uitsluitend de verrichtingen van alle binnen de Gemeenschap gevestigde agentschappen of bijkantoren bij deze berekeningen in aanmerking genomen;

b) de in artikel 51, lid 2, onder e), bedoelde waarborg wordt slechts in één van deze lidstaten gestort;

c) de activa die tegenover het garantiefonds staan, zijn gelokaliseerd in één van de lidstaten waar zij werkzaam zijn.

2. De aanvraag om in aanmerking te komen voor de in lid 1 bedoelde voordelen dient bij de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten te worden ingediend. In deze aanvraag moet de autoriteit worden aangegeven die in de toekomst toezicht op de solvabiliteit voor het geheel van de werkzaamheden van de bijkantoren of agentschappen binnen de Gemeenschap dient te houden. De keuze van de autoriteit moet met redenen worden omkleed. De waarborg moet bij de betrokken lidstaat worden gestort.

3. De voordelen van lid 1 mogen slechts worden toegekend wanneer de bevoegde autoriteiten van alle lidstaten waar de aanvraag is ingediend, hun toestemming verlenen. Zij worden van kracht op het tijdstip waarop de gekozen bevoegde autoriteit zich tegenover de andere bevoegde autoriteiten bereid heeft verklaard, de controle van de solvabiliteit voor het geheel van de werkzaamheden van de in de Gemeenschap gevestigde bijkantoren of agentschappen op zich te nemen.

De gekozen bevoegde autoriteit ontvangt van de andere lidstaten de voor de controle op de totale solvabiliteit vereiste inlichtingen over de op hun grondgebied gevestigde agentschappen of bijkantoren.

4. De krachtens dit artikel toegekende voordelen dienen op verzoek van één of meer betrokken lidstaten door alle betrokken lidstaten gelijktijdig te worden ingetrokken.