Art. 2, Definities
Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:
a) "elektronische-communicatienetwerk": de transmissiesystemen en in voorkomend geval de schakel- of routeringsapparatuur en andere middelen die het mogelijk maken signalen over te brengen via draad, radiogolven, optische of andere elektromagnetische middelen waaronder satellietnetwerken, vaste (circuit- en pakketgeschakelde, met inbegrip van internet) en mobiele terrestrische netwerken, elektriciteitsnetten, voorzover deze voor overdracht van signalen worden gebruikt, netwerken voor radio- en televisieomroep en kabeltelevisienetwerken, ongeacht de aard van de overgebrachte informatie;
b) "transnationale markten": overeenkomstig artikel 15, lid 4, gedefinieerde markten die de Gemeenschap of een aanzienlijk deel daarvan beslaan;
c) "elektronische-communicatiedienst": een gewoonlijk tegen vergoeding aangeboden dienst die geheel of hoofdzakelijk bestaat in het overbrengen van signalen via elektronische-communicatienetwerken, waaronder telecommunicatiediensten en transmissiediensten op netwerken die voor omroep worden gebruikt, doch niet de dienst waarbij met behulp van elektronische-communicatienetwerken en -diensten overgebrachte inhoud wordt geleverd of redactioneel wordt gecontroleerd. Hij omvat niet de diensten van de informatiemaatschappij zoals omschreven in artikel 1 van Richtlijn 98/34/EG, die niet geheel of hoofdzakelijk bestaan uit het overbrengen van signalen via elektronische-communicatienetwerken;
d) "openbaar communicatienetwerk": een elektronische-communicatienetwerk dat geheel of hoofdzakelijk wordt gebruikt om openbare elektronische-communicatiediensten aan te bieden;
e) "bijbehorende faciliteiten": de bij een elektronische-communicatienetwerk en/of een elektronische-communicatiedienst behorende faciliteiten die het aanbieden van diensten via dat netwerk en/of dienst mogelijk maken en/of ondersteunen. Daartoe behoren ook systemen voor voorwaardelijke toegang en elektronische programmagidsen;
f) "systeem voor voorwaardelijke toegang": elke technische maatregel en/of regeling waarbij toegang tot een beschermde radio- of televisie-omroepdienst in begrijpelijke vorm afhankelijk wordt gemaakt van een abonnement of een andere vorm van voorafgaande individuele machtiging;
g) "nationale regelgevende instantie": één of meer lichamen die door een lidstaat zijn belast met een van de regelgevende taken die in deze richtlijn en de bijzondere richtlijnen worden opgelegd;
h) "gebruiker": een natuurlijke of rechtspersoon die gebruik maakt van of verzoekt om een openbare elektronische-communicatiedienst;
i) "consument": een natuurlijke persoon die gebruik maakt van of verzoekt om een openbare elektronische-communicatiedienst voor andere dan bedrijfs- of beroepsdoeleinden;
j) "universele dienst": het minimumpakket van diensten als gedefinieerd in Richtlijn 2002/22/EG (universeledienstrichtlijn) van een bepaalde kwaliteit dat voor alle gebruikers, ongeacht hun geografische locatie, beschikbaar is voor een in het licht van specifieke nationale omstandigheden betaalbare prijs;
k) "abonnee": een natuurlijke of rechtspersoon die partij is bij een overeenkomst met de aanbieder van openbare elektronische-communicatiediensten voor de levering van die diensten;
l) "bijzondere richtlijnen": Richtlijn 2002/20/EG (machtigingsrichtlijn), Richtlijn 2002/19/EG (toegangsrichtlijn), Richtlijn 2002/22/EG (universeledienstrichtlijn), Richtlijn 97/66/EG;
m) "aanbieden van een elektronische-communicatienetwerk": het bouwen, exploiteren, leiden of beschikbaar stellen van een dergelijk netwerk;
n) "eindgebruiker": een gebruiker die geen openbaar communicatienetwerk of openbare elektronische-communicatiediensten aanbiedt.
o) "Geavanceerde digitale eindapparatuur": kastjes met converter en decoder en geïntegreerde digitale televisietoestellen voor de ontvangst van de digitale interactieve televisiediensten.
p) "Application Program Interface - toepassingsprogrammaverbinding (API)": een software interface tussen externe toepassingen, die beschikbaar is gesteld door omroepen, dienstenleveranciers, alsmede de hulpmiddelen in de eindapparatuur.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 3 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1171
- CBb 14 oktober 2008, ECLI:NL:CBB:2008:BF8897
- ABRvS 30 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3328
- Hof Arnhem-Leeuwarden 2 juli 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:4677
- Rb. Noord-Holland 7 juni 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:4342
- CBb 3 september 2015, ECLI:NL:CBB:2015:280
- Rb. Rotterdam 2 oktober 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:7917
- Rb. Utrecht 12 september 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BX6935
- Rb. Maastricht 13 juli 2011, ECLI:NL:RBMAA:2011:BR1582
- Rb. Gelderland 9 maart 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:1056
- Rb. Amsterdam 6 december 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:7249
- Conclusie A-G Wattel 6 augustus 2019, ECLI:NL:PHR:2019:800
- Conclusie A-G IJzerman 25 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:760
- Conclusie A-G IJzerman 9 augustus 2017, ECLI:NL:PHR:2017:883
- Conclusie A-G Machielse 23 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:274
- Conclusie A-G IJzerman 20 november 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2238
- Conclusie A-G De Wit 21 april 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AS4934
- Hof Amsterdam 19 oktober 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BO1050
- CBb 24 juli 2007, ECLI:NL:CBB:2007:BB0186
- ABRvS 8 april 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BI0452