Art. 5, Verstrekking van informatie

1. De lidstaten zorgen ervoor dat ondernemingen die elektronische-communicatienetwerken en -diensten aanbieden, alle, ook financiële, informatie verstrekken die de nationale regelgevende instanties nodig hebben om de naleving te waarborgen van deze richtlijn, van de besluiten die zijn genomen in overeenstemming ermee en van de bijzondere richtlijnen. Deze ondernemingen dienen dergelijke informatie op verzoek onverwijld en volgens de door de nationale regelgevende instantie vastgestelde termijnen en mate van detail te verstrekken. De door de nationale regelgevende instantie gevraagde informatie dient in evenredigheid te zijn met de uitvoering van die taak. De nationale regelgevende instantie noemt de redenen voor haar verzoek om informatie.

2. De lidstaten zorgen ervoor dat de nationale regelgevende instanties de Commissie, op met redenen omkleed verzoek, de informatie verstrekken die zij nodig heeft om haar taken uit hoofde van het Verdrag te vervullen. De door de Commissie gevraagde informatie dient in evenredigheid te zijn met de uitvoering van die taken. Wanneer de verstrekte informatie betrekking heeft op informatie die voordien door ondernemingen op verzoek van de nationale regelgevende instantie is verstrekt, worden die ondernemingen daarvan in kennis gesteld. Behoudens een uitdrukkelijk en met redenen omkleed andersluidend verzoek van de instantie die de informatie verschaft, stelt de Commissie de verstrekte informatie voorzover nodig aan een andere nationale regelgevende instantie in een andere lidstaat beschikbaar.

Onder voorbehoud van de vereisten van lid 3 zorgen de lidstaten ervoor dat de aan één nationale regelgevende instantie verstrekte informatie aan een andere regelgevende instantie in dezelfde of een andere lidstaat na een met redenen omkleed verzoek ter beschikking kan worden gesteld, indien zulks nodig is om de respectieve instanties in staat te stellen hun taken uit hoofde van het communautaire recht te vervullen.

3. Wanneer informatie door een nationale regelgevende instantie in overeenstemming met de communautaire en nationale voorschriften betreffende vertrouwelijke bedrijfs- of fabricagegegevens als vertrouwelijk wordt beschouwd, garanderen de Commissie en de betrokken nationale regelgevende instanties het vertrouwelijke karakter van de verstrekte informatie.

4. De lidstaten zorgen ervoor dat de nationale regelgevende instanties, handelend in overeenstemming met de nationale regels inzake de toegang van het publiek tot informatie en met inachtneming van de communautaire en nationale voorschriften betreffende het zakengeheim, de informatie publiceren die kan bijdragen tot een open en concurrerende markt.

5. De nationale regelgevende instanties publiceren de voorwaarden voor de toegang van het publiek tot informatie als bedoeld in lid 4, met inbegrip van de procedures voor het verkrijgen van die toegang.