Art. 11 Verordening (EG) nr. 1392/2001, Controles door de lidstaten
Verordening (EG) nr. 1392/2001
1. De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de heffing op de hoeveelheden melk en melkequivalent die op de markt zijn gebracht boven de in artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 3950/92 bedoelde hoeveelheden, op de juiste wijze wordt geïnd en, in het geval van leveringen, op de betrokken producenten wordt afgewenteld.
2. De lidstaten nemen de nodige aanvullende maatregelen om:
a) de gevallen te controleren waarin overeenkomstig artikel 8, onder a), van Verordening (EEG) nr. 3950/92 de melkproductie geheel of gedeeltelijk wordt gestaakt en/of geheel of gedeeltelijk afstand wordt gedaan van de referentiehoeveelheid, indien de desbetreffende bepalingen worden toegepast;
b) ervoor te zorgen dat de belanghebbenden worden geïnformeerd over de strafrechtelijke of bestuursrechtelijke sancties op niet-naleving van het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 3950/92 en in deze verordening.
3. De lidstaat verifieert door materiële controle of de op de markt gebrachte hoeveelheden melk en melkequivalent juist zijn geboekt en verricht daartoe controles op het vervoer van melk tijdens het ophalen bij bedrijven, en controleert met name ter plaatse:
a) bij de kopers, de in artikel 5, lid 2, bedoelde afrekeningen of aangiften en de geloofwaardigheid van de in artikel 14, leden 2 en 3, bedoelde productboekhouding en geboekte leveringen, door toetsing aan de handels- en andere documenten waaruit blijkt hoe de opgehaalde hoeveelheden melk en melkequivalent zijn gebruikt;
b) bij de producenten die rechtstreeks verkopen, de geloofwaardigheid van de in artikel 6, lid 1, bedoelde aangifte en van de in artikel 14, lid 5, bedoelde productboekhouding.