Art. 15 Verordening (EG) nr. 1392/2001, Mededelingen

Verordening (EG) nr. 1392/2001

1. De lidstaten doen de Commissie mededeling van:

a) de voor de toepassing van Verordening (EEG) nr. 3950/92 en van de onderhavige verordening vastgestelde maatregelen en de eventuele wijzigingen daarvan, binnen een maand na de vaststelling van de betrokken maatregel of wijziging;

b) hun met redenen omkleed besluit wanneer van het bepaalde in artikel 6, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 3950/92 gebruik wordt gemaakt;

c) de overeenkomstig artikel 4, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EEG) nr. 3950/92 overgedragen hoeveelheden, jaarlijks vóór 1 maart;

d) de resultaten en gegevens die nodig zijn voor de evaluatie van de krachtens artikel 8, onder a) en b), van Verordening (EEG) nr. 3950/92 uitgevoerde maatregelen;

e) de naar behoren ingevulde in bijlage I opgenomen vragenlijst, jaarlijks vóór 1 september;

f) de methode of methoden die in het kader van deze verordening is, respectievelijk zijn, gebruikt om de massa te meten, of, in voorkomend geval, om de volumes om te rekenen in massa, de rechtvaardiging van de gekozen coëfficiënten en de precieze omstandigheden waarin deze van toepassing zijn, alsmede latere wijzigingen ervan.

2. Bij niet-naleving van de bepalingen betreffende de in lid 1, onder e), bedoelde vragenlijst, houdt de Commissie overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EG) nr. 2040/2000 van de Raad(11) een forfaitair bedrag in op de voorschotten bij afrekening van de landbouwuitgaven van de betrokken lidstaten. Dat bedrag is gelijk aan een percentage van de heffing voor een theoretische overschrijding van de betrokken totale referentiehoeveelheid, en wordt als volgt berekend:

a) als de vragenlijst niet uiterlijk 1 september is ingediend of als de voor de berekening van de heffing essentiële gegevens ontbreken, 0,01 % per week waarmee de termijn is overschreden;

b) als wordt geconstateerd dat de som van de geleverde of rechtstreeks verkochte hoeveelheden waarvan in de in lid 3 bedoelde bij gewerkte versies mededeling wordt gedaan, meer dan 10 % afwijkt van de gegevens in het oorspronkelijke antwoord op de vragenlijst, 0,1 %.

3. Bij wijziging van de gegevens van de in lid 1, onder e), bedoelde vragenlijst, met name naar aanleiding van de controles waarin is voorzien bij artikel 11, wordt aan de Commissie vóór 1 december, 1 maart, 1 juni en 1 september van elk jaar een bijgewerkte versie van de vragenlijst toegezonden.

Vorige artikelen

Volgende artikelen