Art. 7 Richtlijn 2001/16/EG

Richtlijn 2001/16/EG

Het is een lidstaat in de volgende gevallen en onder de volgende voorwaarden toegestaan één of meer TSI's, ook met betrekking tot het rollend materieel, niet toe te passen:

a) voor een project voor een nieuwe lijn, herinrichting van een bestaande lijn of voor elk in artikel 1, lid 1, bedoeld onderdeel dat zich op het moment van de bekendmaking van deze TSI's in een gevorderd stadium van ontwikkeling bevindt of waarvoor op dat moment een contract in uitvoering is;

b) voor een project voor de vernieuwing of herinrichting van een bestaande lijn, wanneer het profiel, de spoorwijdte of de spoorafstand, of de elektrische spanning niet verenigbaar zijn met die van de bestaande lijn;

c) voor een project voor een nieuwe lijn of een project voor de vernieuwing of herinrichting van een bestaande lijn, uit te voeren op het grondgebied van die lidstaat, wanneer het spoorwegnet van die lidstaat niet grenst aan of door de zee afgesneden is van het spoorwegnet van de rest van de Gemeenschap;

d) voor elk project betreffende de vernieuwing, uitbreiding of herinrichting van een bestaande lijn, wanneer de toepassing van deze TSI's de economische levensvatbaarheid van het project en/of de samenhang van het spoorwegsysteem van de lidstaat in gevaar brengt;

e) wanneer het, na een ongeluk of een natuurramp, in verband met de noodzakelijke snelle herstelling van het net economisch of technisch niet mogelijk is de overeenkomstige TSI geheel of gedeeltelijk toe te passen;

f) voor wagens met een plaats van vertrek of bestemming in een derde land met een andere spoorwijdte dan die van het hoofdspoorwegnet van de Gemeenschap.

In alle gevallen stelt de betrokken lidstaat de Commissie vooraf in kennis van zijn voornemen af te wijken en doet hij haar een dossier toekomen met de TSI's of delen daarvan die hij niet toegepast wenst te zien, alsmede met de betrokken specificaties die hij wenst toe te passen. Het comité van artikel 21 onderzoekt de door de lidstaat overwogen maatregelen. In de gevallen b), d) en f) neemt de Commissie een besluit volgens de procedure van artikel 21, lid 2; indien nodig wordt een aanbeveling gedaan betreffende de toe te passen specificaties. In geval b) betreft het besluit van de Commissie niet het profiel en de spoorwijdte.

Vorige artikelen

Volgende artikelen