Art. 6 Richtlijn 2001/16/EG
1. De ontwerp-TSI's worden opgesteld in opdracht van de Commissie, welke opdracht wordt bepaald volgens de procedure van artikel 21, lid 2, door de representatieve gemeenschappelijke instantie. De TSI's worden volgens dezelfde procedure aangenomen en herzien. Zij worden door de Commissie in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakt.
2. De representatieve gemeenschappelijke instantie wordt aangewezen overeenkomstig de procedure van artikel 21 en houdt zich aan de in bijlage VIII opgenomen voorschriften. Indien de representatieve gemeenschappelijk instantie niet langer aan deze voorschriften voldoet of niet over de nodige kwalificaties beschikt voor de uitwerking van een bepaalde TSI, wordt overeenkomstig dezelfde procedure een andere gemachtigde aangewezen. In dat geval wordt de representatieve gemeenschappelijke instantie bij de werkzaamheden van de andere gemachtigde betrokken.
3. De representatieve gemeenschappelijke instantie of, in voorkomend geval, de betrokken gemachtigde, wordt ermee belast de herziening en de bijwerking van de TSI's voor te bereiden en aanbevelingen terzake aan het in artikel 21 bedoelde comité te doen, teneinde rekening te houden met de ontwikkeling van de techniek en de maatschappelijke eisen.
4. Elke ontwerp-TSI wordt in twee fasen opgesteld.
Eerst bepaalt de representatieve gemeenschappelijke instantie de fundamentele parameters voor de betrokken TSI, alsmede de interfaces met de andere subsystemen en alle andere noodzakelijke specifieke gevallen. Voor elk van deze parameters en interfaces worden de meest gunstige alternatieve oplossingen, vergezeld van technische en economische bewijsstukken, gepresenteerd. Overeenkomstig de procedure van artikel 21, lid 2, wordt er een besluit genomen; indien nodig worden specifieke gevallen vermeld.
Daarna werkt de representatieve gemeenschappelijke instantie op basis van deze fundamentele parameters de ontwerp-TSI uit. Eventueel houdt de representatieve gemeenschappelijke instantie rekening met de vooruitgang van de techniek, reeds uitgevoerde normalisatiewerkzaamheden, de bevindingen van bestaande werkgroepen en aanvaarde onderzoeksresultaten. Elke ontwerp-TSI gaat vergezeld van een volledige raming van de te verwachten kosten en baten van de toepassing van de TSI's; daarin worden de verwachte gevolgen voor alle betrokken exploitanten en economische subjecten vermeld.
5. Bij de opstelling, de aanneming en de herziening van elke TSI (met inbegrip van de fundamentele parameters) wordt rekening gehouden met de te voorziene kosten en baten van alle voorgestelde technische oplossingen en van de onderlinge interfaces, teneinde de meest gunstige oplossingen te bepalen en uit te voeren. De lidstaten leveren een bijdrage aan deze raming door de benodigde gegevens te verstrekken.
6. Het in artikel 21 bedoelde comité wordt regelmatig op de hoogte gebracht van de werkzaamheden in verband met het opstellen van de TSI's. Het comité kan gedurende deze werkzaamheden de nodige opdrachten of aanbevelingen formuleren betreffende de opzet van de TSI's, alsmede betreffende de raming van de kosten en baten. Het comité kan met name op verzoek van een lidstaat verzoeken om alternatieve oplossingen te bestuderen en de raming van de kosten en baten van deze alternatieve oplossingen op te nemen in het verslag bij de ontwerp-TSI.
7. Bij de aanneming van elke TSI wordt volgens de procedure van artikel 21, lid 2, de datum vastgesteld waarop deze van kracht wordt. Wanneer verschillende subsystemen om redenen van technische compatibiliteit tegelijkertijd in gebruik moeten worden genomen, moeten de data van inwerkingtreding van de desbetreffende TSI's overeenstemmen.
8. Bij de opstelling en herziening van de TSI wordt rekening gehouden met de mening van de gebruikers als het gaat om kenmerken die rechtstreeks van invloed zijn op het gebruik van de subsystemen door die gebruikers.
Daartoe pleegt de representatieve gemeenschappelijke instantie of in voorkomend geval de betrokken gemachtigde bij de opstelling en de herziening van de TSI's overleg met de representatieve gebruikersverenigingen en -organisaties.
Een verslag van de uitkomst van dit overleg wordt bij de ontwerp-TSI gevoegd.
Voordat de opdracht van de eerste TSI wordt aangenomen, stelt het comité van artikel 21 de lijst op van de verenigingen en organisaties waarmee overleg gepleegd moet worden; deze lijst kan op verzoek van een lidstaat of de Commissie worden herzien en geactualiseerd.
9. Bij de opstelling en herziening van de TSI wordt rekening gehouden met het advies van de sociale partners als het gaat om de voorschriften van artikel 5, lid 3, onder g).
Daartoe worden de sociale partners geraadpleegd voordat het ontwerp-TSI met het oog op de aanneming of herziening ervan bij het Comité van artikel 21 wordt ingediend.
De sociale partners worden geraadpleegd in het kader van het Comité voor de sectoriële dialoog, opgericht bij Besluit 98/500/EG van de Commissie(10).
De sociale partners brengen hun advies binnen een termijn van drie maanden uit.