Art. 2 Richtlijn 2001/16/EG
In deze richtlijn wordt verstaan onder:
a) "conventioneel trans-Europees spoorwegsysteem": het in bijlage I beschreven geheel van spoorweginfrastructuren van het trans-Europese vervoersnet, bestaande uit de voor het conventioneel en gecombineerd spoorwegvervoer aangelegde of ingerichte lijnen en vaste installaties en uit het rollend materieel dat is ontworpen om op deze infrastructuur te rijden;
b) "interoperabiliteit": de geschiktheid van het conventionele trans-Europese spoorwegsysteem voor een veilig en ononderbroken treinverkeer, waarbij de voor de betrokken lijnen gespecificeerde prestaties worden geleverd. Deze geschiktheid berust op het geheel van wettelijke, technische en operationele voorwaarden die moeten worden vervuld om aan de essentiële eisen te voldoen;
c) "subsysteem": het resultaat van de onderverdeling van het conventionele trans-Europese spoorwegsysteem, zoals in bijlage II aangegeven. Deze subsystemen waarvoor essentiële eisen moeten worden gedefinieerd, zijn van structurele en functionele aard;
d) "interoperabiliteitsonderdeel": een basiscomponent, groep componenten, deel van een samenstel of volledig samenstel van materieel, deel uitmakend of bestemd om deel uit te maken van een subsysteem en waarvan de interoperabiliteit van het conventionele trans-Europese spoorwegsysteem direct of indirect afhankelijk is. Het begrip "onderdeel" dekt niet alleen materiële, maar ook immateriële objecten, zoals programmatuur;
e) "essentiële eisen": het geheel van de in bijlage III omschreven voorwaarden waaraan het conventionele trans-Europese spoorwegsysteem, de subsystemen en de interoperabiliteitsonderdelen, met inbegrip van de interfaces, moeten voldoen;
f) "Europese specificatie": een gemeenschappelijke technische specificatie, een Europese technische goedkeuring of een nationale norm waarin een Europese norm is omgezet, zoals gedefinieerd in artikel 1, punten 8 tot en met 12, van Richtlijn 93/38/EEG;
g) "technische specificatie inzake interoperabiliteit": hierna genoemd "TSI", de specificatie die voor elk subsysteem of deel van een subsysteem geldt teneinde aan de essentiële eisen te voldoen en de interoperabiliteit van het conventionele trans-Europese spoorwegsysteem te verzekeren;
h) "representatieve gemeenschappelijke instantie": de instantie waarin vertegenwoordigers van de beheerders van de infrastructuur, van de spoorwegondernemingen en van de industrie verenigd zijn en die belast is met de uitwerking van de TSI's. Onder "beheerders van de infrastructuur" worden de beheerders verstaan die genoemd worden in de artikelen 3 en 7 van Richtlijn 91/440/EEG;
i) "aangemelde instanties": de instanties die belast zijn met de beoordeling van de overeenstemming of de geschiktheid voor het gebruik van de interoperabiliteitsonderdelen of met het onderzoek ten behoeve van de EG-keuringsprocedure van de subsystemen;
j) "fundamentele parameter": elke wettelijke, technische of operationele voorwaarde die kritiek is voor het interoperabiliteitsplan en waarover vóór de uitwerking van ontwerp-TSI's door de representatieve gemeenschappelijke instantie een besluit moet worden genomen volgens de procedure van artikel 21, lid 2;
k) "specifiek geval": elk deel van het conventionele trans-Europese spoorwegsysteem waarvoor om geografische of topografische redenen of omwille van het stadsmilieu en de samenhang van het bestaande systeem, bijzondere tijdelijke of definitieve bepalingen in de TSI's moeten worden opgenomen. Dergelijke gevallen zijn bijvoorbeeld lijnen en netwerken die niet verbonden zijn met het netwerk in de rest van de Gemeenschap, het profiel, de spoorwijdte of de spoorafstand, alsmede rollend materieel dat bestemd is voor strikt lokaal, regionaal of historisch gebruik en rollend materieel met een plaats van vertrek of bestemming in derde landen mits dit materieel geen grens tussen twee lidstaten overschrijdt;
l) "herinrichting": belangrijke werkzaamheden waarbij een subsysteem of deel van een subsysteem wordt aangepast en waarvoor een nieuwe vergunning tot ingebruikneming in de zin van artikel 14, lid 1, is vereist;
m) "vernieuwing": belangrijke werkzaamheden waarbij een subsysteem of deel van een subsysteem wordt vervangen en waarvoor een nieuwe vergunning tot ingebruikneming in de zin van artikel 14, lid 1, is vereist;
n) "bestaand spoorwegsysteem": het geheel van spoorweginfrastructuren van het bestaande spoorwegsysteem, bestaande uit de lijnen en vaste installaties en uit het rollend materieel, ongeacht categorie of herkomst, dat op deze infrastructuren rijdt.