Art. 44 Verordening (EG) nr. 1291/2000

Verordening (EG) nr. 1291/2000

1. Indien in de gevallen als bedoeld in artikel 43 de verplichting tot uitvoer niet is nagekomen, nemen de lidstaten de volgende maatregelen:

a) is onder dekking van een uitvoer- of voorfixatiecertificaat uitgevoerd en is de geldigheidsduur van het certificaat niet verstreken op de datum waarop de belanghebbende blijk geeft van zijn voornemen om van de regeling voor terugkerende goederen gebruik te maken, dan

- moet de afschrijving op het certificaat voor de betrokken uitvoer worden geannuleerd,

- mag voor de betrokken uitvoer de certificaatzekerheid niet worden vrijgegeven of moet, indien de zekerheid is vrijgegeven, deze bij de instantie van afgifte van het certificaat opnieuw worden gesteld naar evenredigheid van de betrokken hoeveelheden, en

- wordt het uitvoer- of voorfixatiecertificaat aan de titularis van het document teruggegeven;

b) is onder dekking van een uitvoer- of voorfixatiecertificaat uitgevoerd en is de geldigheidsduur van het certificaat verstreken op de datum waarop de belanghebbende blijk geeft van zijn voornemen om van de regeling voor terugkerende goederen gebruik te maken, dan geldt dat,

- indien voor de betrokken uitvoer de certificaatzekerheid niet is vrijgegeven, deze met inachtneming van de terzake geldende voorschriften wordt verbeurd,

- indien de certificaatzekerheid is vrijgegeven, de titularis van het certificaat de zekerheid bij de instantie van afgifte van het certificaat opnieuw moet stellen naar evenredigheid van de betrokken hoeveelheden; deze zekerheid wordt met inachtneming van de terzake geldende voorschriften verbeurd.

2. Lid 1, onder a) en b), geldt niet indien de terugkeer als gevolg van overmacht is geschied of indien het een geval als bedoeld in artikel 844, lid 2, onder b), van Verordening (EEG) nr. 2454/93 betreft.