Art. 49 Verordening (EG) nr. 1291/2000
Verordening (EG) nr. 1291/2000
1. Dit artikel is van toepassing op de certificaten met vaststelling vooraf van de uitvoerrestitutie die worden aangevraagd met het oog op een in een derde land van invoer gehouden inschrijving.
Als inschrijvingen worden aangemerkt, niet-vertrouwelijke uitnodigingen van overheidsinstellingen van derde landen of van internationale publiekrechtelijke instellingen om binnen een bepaalde termijn offertes in te dienen over de aanvaarding waarvan door die instellingen wordt beslist.
Voor de toepassing van dit artikel worden de in artikel 36, lid 1, onder c), van Verordening (EG) nr. 800/1999 bedoelde strijdkrachten als een land van invoer beschouwd.
2. Een exporteur die heeft deelgenomen of wil deelnemen aan een inschrijving als bedoeld in lid 1 kan, indien aan de in lid 3 bedoelde voorwaarden is voldaan, één of meer certificaten aanvragen die slechts zullen worden afgegeven voorzover de levering hem is gegund.
3. De bepalingen van dit artikel zijn slechts van toepassing indien het bericht van inschrijving ten minste de volgende gegevens bevat:
- het derde land van invoer en de instelling waarvan de inschrijving uitgaat,
- de uiterste datum voor de indiening van offertes in het kader van de inschrijving,
- de vastgestelde hoeveelheid producten waarop het bericht van inschrijving betrekking heeft.
De belanghebbende moet deze gegevens bij het aanvragen van het certificaat aan de instantie van afgifte meedelen.
De certificaataanvraag of de certificaataanvragen mag, respectievelijk mogen niet eerder dan 15 dagen vóór de uiterste datum voor de indiening van de offertes worden ingediend, maar moet, respectievelijk moeten uiterlijk om 13.00 uur op de uiterste datum voor de indiening van de offertes worden ingediend.
De hoeveelheid waarvoor het certificaat wordt, respectievelijk de certificaten worden aangevraagd, mag niet groter zijn dan de in het bericht van inschrijving vermelde hoeveelheid. Met de in het bericht van inschrijving genoemde toleranties of opties wordt geen rekening gehouden.
4. In afwijking van artikel 15, lid 2, hoeft de zekerheid niet bij het aanvragen van het certificaat te worden gesteld.
5. Behoudens overmacht stelt de aanvrager de instantie van afgifte binnen 21 dagen na de uiterste datum voor de indiening van de offertes bij een schrijven of schriftelijk telecommunicatiebericht dat de instantie van afgifte moet bereiken uiterlijk op de dag waarop de termijn van 21 dagen verstrijkt, ervan in kennis:
a) hetzij dat de levering aan hem is gegund,
b) hetzij dat de levering niet aan hem is gegund,
c) hetzij dat hij niet aan de inschrijving heeft deelgenomen,
d) hetzij dat hij door omstandigheden buiten zijn wil de uitslag van de inschrijving niet binnen deze termijn kan kennen.
6. De certificaataanvragen worden niet ingewilligd indien binnen de afgiftetermijn die voor de certificaataanvragen voor bepaalde producten geldt, een bijzondere maatregel is getroffen die de afgifte van de certificaten verhindert.
Geen enkele na afloop van die termijn getroffen bijzondere maatregel kan de afgifte van één of meer certificaten voor de betrokken inschrijving verhinderen, indien de aanvrager van het certificaat aan de navolgende voorwaarden heeft voldaan:
a) de juistheid van de in lid 3, eerste alinea, bedoelde gegevens is aan de hand van de passende documenten aangetoond;
b) het bewijs is geleverd dat de levering aan hem is gegund;
c) het contract is overgelegd, of
d) indien gegronde redenen voor het ontbreken van het contract zijn aangevoerd, zijn de documenten overgelegd die de met de medecontractant of medecontractanten aangegane verbintenissen bewijzen, met inbegrip van de door de bank van de aanvrager gegeven bevestiging van de opening van een onherroepelijk documentair krediet dat de financiële instelling van de koper voor de overeengekomen levering heeft toegekend;
e) de voor de afgifte van het certificaat vereiste zekerheid is gesteld.
Het certificaat wordt, respectievelijk de certificaten worden uitsluitend voor het in lid 3, eerste alinea, eerste streepje, bedoelde land afgegeven. De betrokken inschrijving wordt in het certificaat of de certificaten vermeld.
De totale hoeveelheid waarvoor dit certificaat wordt, respectievelijk deze certificaten worden afgegeven, is gelijk aan de totale hoeveelheid waarvan de levering aan de aanvrager is gegund en waarvoor deze laatste het contract of de onder d) bedoelde documenten heeft overgelegd; deze hoeveelheid kan niet groter zijn dan de gevraagde hoeveelheid.
Bovendien kan, indien verscheidene certificaten zijn aangevraagd, de hoeveelheid waarvoor elk certificaat wordt afgegeven, niet groter zijn dan de oorspronkelijk voor dat certificaat gevraagde hoeveelheid.
Voor de bepaling van de geldigheidsduur van het certificaat is artikel 23, lid 1, van toepassing.
Er kan geen certificaat worden afgegeven voor een hoeveelheid waarvan de levering niet aan de aanvrager is gegund of waarvoor de aanvrager niet heeft voldaan aan één van de voorwaarden als vermeld in de vorenstaande punten a), b), c) en e), respectievelijk de vorenstaande punten a), b), d) en e).
De titularis van het certificaat of van de certificaten is als eerste voor de terugbetaling van enig onverschuldigd betaald restitutiebedrag aansprakelijk indien vast komt te staan dat het contract of één van de onder d) bedoelde verbintenissen op grond waarvan het certificaat is, respectievelijk de certificaten zijn afgegeven, geen verband houdt met de door het derde land gehouden inschrijving.
7. In de in lid 5, onder b), c) en d), bedoelde gevallen wordt geen enkel certificaat afgegeven naar aanleiding van de in lid 3 bedoelde aanvraag.
8. Indien de aanvrager van het certificaat het bepaalde in lid 5 niet naleeft, wordt geen enkel certificaat afgegeven.
Indien de aanvrager evenwel aan de instantie van afgifte het bewijs levert dat de termijn voor de indiening van de offertes is verlengd met:
- ten hoogste tien dagen, blijft de aanvraag geldig en loopt de in lid 5 bedoelde termijn van 21 dagen voor het verstrekken van de betrokken gegevens vanaf de nieuwe uiterste datum voor de indiening van de offertes,
- meer dan tien dagen, is de aanvraag niet langer geldig.
9. a) Indien degene aan wie de levering is gegund, ten genoegen van de bevoegde autoriteit aantoont dat de instelling die de inschrijving heeft gehouden, het contract heeft verbroken om redenen die hem niet zijn aan te rekenen en die niet als overmacht worden beschouwd, geeft de bevoegde autoriteit de zekerheid vrij in het geval dat het eenheidsbedrag van de vooraf vastgestelde restitutie hoger is dan of gelijk is aan het eenheidsbedrag van de op de laatste dag van de geldigheidsduur van het certificaat geldende restitutie.
b) Indien degene aan wie de levering is gegund, ten genoegen van de bevoegde autoriteit aantoont dat de instelling die de inschrijving heeft gehouden, hem om redenen die hem niet zijn aan te rekenen en die niet als overmacht worden beschouwd, wijzigingen van het contract heeft opgelegd, kan de bevoegde autoriteit:
- in het geval dat het eenheidsbedrag van de vooraf vastgestelde restitutie hoger is dan of gelijk is aan het eenheidsbedrag van de op de laatste dag van de geldigheidsduur van het certificaat geldende restitutie, de zekerheid vrijgeven voor de nog niet uitgevoerde hoeveelheid,
- in het geval dat het eenheidsbedrag van de vooraf vastgestelde restitutie lager is dan of gelijk is aan het eenheidsbedrag van de op de laatste dag van de geldigheidsduur van het certificaat geldende restitutie, de geldigheidsduur van het certificaat met de benodigde periode verlengen.
Indien evenwel in een voor bepaalde producten geldende bijzondere regeling is bepaald dat de geldigheidsduur van een in het kader van dit artikel afgegeven certificaat langer kan zijn dan de gewone geldigheidsduur van dat certificaat en indien degene aan wie de levering is gegund, zich in de in de eerste alinea, eerste streepje, bedoelde situatie bevindt, kan de instantie van afgifte de geldigheidsduur van het certificaat verlengen voorzover deze verlengde geldigheidsduur niet langer is dan de bij die regeling toegestane maximale geldigheidsduur.
c) Indien degene aan wie de levering is gegund, het bewijs levert dat het bericht van inschrijving of het op grond van de gunning gesloten contract voorziet in een onderschrijdingstolerantie of -optie van meer dan 5 % en dat de instelling die de inschrijving heeft gehouden, van die bepaling gebruik maakt, wordt de verplichting tot uitvoer beschouwd als te zijn nagekomen als de uitgevoerde hoeveelheid ten hoogste 10 % kleiner is dan de hoeveelheid waarvoor het certificaat is afgegeven, voor zover het eenheidsbedrag van de vooraf vastgestelde restitutie hoger is dan of gelijk is aan het eenheidsbedrag van de op de laatste dag van de geldigheidsduur van het certificaat geldende restitutie. In dit geval wordt de in artikel 35, lid 2, genoemde 95 % vervangen door 90 %.
d) Voor de vergelijking van het eenheidsbedrag van de vooraf vastgestelde restitutie met het eenheidsbedrag van de op de laatste dag van de geldigheidsduur van het certificaat geldende restitutie wordt in voorkomend geval rekening gehouden met de overige bij de communautaire regelgeving vastgestelde bedragen.
10. De lidstaten delen de in lid 3, eerste alinea, bedoelde gegevens onverwijld aan de Commissie mee.
11. In bijzondere gevallen kunnen afwijkende maatregelen worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 23 van Verordening (EEG) nr. 1766/92 of van de overeenkomstige artikelen van de andere verordeningen houdende een gemeenschappelijke ordening der markten, naar gelang van het geval.