Art. 48 Verordening (EG) nr. 1291/2000
Verordening (EG) nr. 1291/2000
1. Indien basisproducten onder het in artikel 4 van Verordening (EEG) nr. 565/80 bedoelde stelsel dan wel producten of goederen onder het in artikel 5 van die verordening bedoelde stelsel zijn geplaatst en indien een uitvoer- of voorfixatiecertificaat is gebruikt, is in het geval dat de belanghebbende volledig of voor een deel
- deze basisproducten, in ongewijzigde staat of in de vorm van verwerkte producten, dan wel deze producten of goederen aan de douanecontrole onttrekt, of
- de totale termijn die is berekend overeenkomstig in artikel 28, lid 6, en artikel 29, lid 5, van Verordening (EG) nr. 800/1999 of andere verordeningsbepalingen, niet in acht neemt,
de verplichting tot uitvoer voor de betrokken hoeveelheid niet nagekomen.
2. De bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de in artikel 26, lid 1, van Verordening (EG) nr. 800/1999 bedoelde betalingsaangifte is aanvaard, stelt de autoriteit die het certificaat heeft afgegeven daarvan in kennis. Zij deelt haar met name de hoeveelheid en de aard van de betrokken producten, het nummer van het certificaat en de datum van de betrokken afschrijving mee.
3. De autoriteit die het certificaat heeft afgegeven, past het bepaalde in artikel 44 mutatis mutandis toe.
4. De lidstaat treft de maatregelen die hij noodzakelijk acht om de naleving van lid 3 te waarborgen.