Art. 4 Verordening (EG) nr. 451/2000, Kennisgeving

Verordening (EG) nr. 451/2000

1. Producenten die een in bijlage I bij deze verordening genoemde werkzame stof, of varianten daarvan zoals zouten, esters of aminen, in bijlage I bij de richtlijn opgenomen wensen te zien, geven de in bijlage I bij deze verordening als rapporteur aangewezen lidstaat daarvan voor elke werkzame stof afzonderlijk kennis binnen zes maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

2. De kennisgeving moet op papier worden gedaan volgens het model voor kennisgeving in bijlage IV, deel 1, van deze verordening en moet bij aangetekend schrijven worden bezorgd aan de in bijlage III bij deze verordening genoemde coördinatieautoriteit in de als rapporteur optredende lidstaat. Een kopie van de kennisgeving moet worden toegezonden aan de Europese Commissie, Directoraat-generaal Gezondheid en consumentenbescherming, Wetstraat 200, B-1049 Brussel.

3. Een producent die voor een in lid 1 bedoelde werkzame stof niet binnen de in dat lid genoemde termijn kennisgeving heeft gedaan of van wie de kennisgeving overeenkomstig artikel 5, lid 2, is afgewezen, mag aan dit programma alleen collectief deelnemen samen met één of meer kennisgevers voor de werkzame stof van wie de kennisgeving overeenkomstig artikel 5, lid 2, is aanvaard, en wel door indiening van een gezamenlijk dossier.

Vorige artikelen

Volgende artikelen