Art. 1, Werkingssfeer

1. Bij deze verordening worden uitvoeringsbepalingen vastgesteld voor de tweede en de derde fase van het werkprogramma als bedoeld in artikel 8, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG, hierna "de richtlijn" genoemd.

2. De tweede fase betreft de evaluatie van de in bijlage I bij deze verordening genoemde werkzame stoffen met het oog op de eventuele opneming ervan in bijlage I bij de richtlijn.

3. De derde fase betreft de mededeling van de in bijlage II bij deze verordening bedoelde werkzame stoffen opdat deze in een latere fase in een volgende prioriteitenlijst van werkzame stoffen kunnen worden opgenomen met het oog op de eventuele opneming ervan in bijlage I bij de richtlijn.

4. Het bepaalde in artikel 6, leden 2 en 3 en lid 4, tweede alinea, van de richtlijn geldt niet voor een in bijlage I bij deze verordening genoemde of in bijlage II bij deze verordening bedoelde stof zolang de procedures waarin deze verordening voor die stoffen voorziet, niet zijn afgehandeld.

5. Deze verordening geldt onverminderd:

a) heroverwegingen door de lidstaten, met name in het kader van verlengingen van toelatingen overeenkomstig artikel 4, lid 4, van de richtlijn;

b) heroverwegingen door de Commissie overeenkomstig artikel 5, lid 5, van de richtlijn;

c) beoordelingen op grond van Richtlijn 79/117/EEG.

Uitspraken die dit artikel aanhalen