Art. 2 Richtlijn 2000/76/EG, Toepassingsgebied
1. Deze richtlijn heeft betrekking op verbrandings- en meeverbrandingsinstallaties.
2. De volgende installaties vallen niet binnen het toepassingsgebied van deze richtlijn:
a) installaties waar uitsluitend de volgende afvalstoffen worden verwerkt:
i) plantaardig afval van land- en bosbouw,
ii) plantaardig afval van de levensmiddelenindustrie, indien de opgewekte warmte wordt teruggewonnen,
iii) vezelachtige afval afkomstig van de productie van ruwe pulp en van de productie van papier uit pulp, als het op de plaats van productie wordt meeverbrand en de opgewekte warmte wordt teruggewonnen,
iv) houtafval, met uitzondering van houtmateriaal dat als gevolg van een behandeling met houtbeschermingsmiddelen of van het aanbrengen van een beschermingslaag, gehalogeneerde organische verbindingen dan wel zware metalen kan bevatten, met inbegrip van met name dergelijk houtafval dat afkomstig is van constructie- en sloopafval,
v) kurkafval,
vi) radioactief afval,
vii) geslachte dieren waarvoor Richtlijn 90/667/EEG geldt, onverminderd de toekomstige wijzigingen hierin,
viii) afvalstoffen die ontstaan bij de exploratie en de exploitatie van olie- en gasbronnen vanaf installaties in zee en die aan boord van die installatie worden verbrand;
b) experimentele installaties voor onderzoek, ontwikkeling en beproeving ter verbetering van het verbrandingsproces waar per jaar minder dan 50 ton afval wordt verwerkt.