Art. 15 Richtlijn 2000/29/EG
1. Volgens de procedure van artikel 17 of, in dringende gevallen, de procedure van artikel 19, kunnen de lidstaten op hun verzoek worden gemachtigd om af te wijken:
- van artikel 4, leden 1 en 2, voor wat betreft bijlage III, deel A en deel B, onverminderd het bepaalde in artikel 4, lid 5, alsmede van artikel 5, leden 1 en 2, en van artikel 13, lid 1, onder a), derde streepje, voor wat betreft de andere eisen die genoemd worden in bijlage IV, deel A, rubriek I, en in deel B van die bijlage;
- van artikel 7, lid 2, en artikel 13, lid 1, onder b), in het geval van hout, indien gelijkwaardige waarborgen worden gegeven,
voorzover op grond van één of meer van de volgende factoren:
- de oorsprong van de planten of de plantaardige producten;
- een gepaste behandeling;
- bijzondere voorzorgsmaatregelen voor het gebruik van de planten of de plantaardige producten,
is komen vast te staan dat niet behoeft te worden gevreesd voor de verspreiding van schadelijke organismen.
Het gevaar wordt beoordeeld aan de hand van de beschikbare wetenschappelijke en technische gegevens; indien deze gegevens onvoldoende zijn, worden zij aangevuld door het inwinnen van nadere inlichtingen of, in voorkomend geval, door naspeuringen die op gezag van de Commissie, en overeenkomstig de terzake dienende bepalingen van artikel 21, in het land van oorsprong van de betrokken planten, plantaardige producten of andere materialen worden verricht.
Iedere vergunning geldt individueel in het gehele gebied van de Gemeenschap of in een deel daarvan onder voorwaarden die rekening houden met het risico van verspreiding van schadelijke organismen door het betrokken product in beschermde gebieden, of in bepaalde gebieden, rekening houdend met verschillen in agrarische en ecologische omstandigheden. In dergelijke gevallen zijn de betrokken lidstaten bij hun besluitvorming in verband met het verlenen van de vergunningen uitdrukkelijk van bepaalde verplichtingen ontheven.
Dit risico wordt op basis van de beschikbare wetenschappelijke en technische gegevens vastgesteld; indien deze in onvoldoende mate beschikbaar zijn, moeten zij worden aangevuld door bijkomend onderzoek of, in voorkomend geval, door onderzoek dat in het land van oorsprong van de planten, plantaardige producten of andere materialen door de Commissie wordt uitgevoerd.
2. Voor de afwijkingen bedoeld in lid 1 wordt voor elk afzonderlijk geval een officiële constatering geëist dat aan de voorwaarden voor het toestaan van de afwijking is voldaan.
3. De lidstaten delen de Commissie mede welke afwijkingen zij overeenkomstig lid 1 hebben toegestaan. De Commissie stelt de andere lidstaten jaarlijks van deze mededelingen in kennis.
Volgens de procedure van artikel 17 kunnen de lidstaten van deze mededelingen worden vrijgesteld.