Art. 13 Verordening (EG) nr. 2038/1999

Verordening (EG) nr. 2038/1999

1. Voor alle invoer in of uitvoer uit de Gemeenschap van de in artikel 1, lid 1, onder a), b), c), d), f), g) en h), bedoelde producten moet een in- of uitvoercertificaat worden overgelegd.

Het certificaat wordt, onverminderd de bepalingen voor de toepassing van de artikelen 17 en 18, door de lidstaten afgegeven aan elke belanghebbende die daarom verzoekt, ongeacht zijn plaats van vestiging in de Gemeenschap.

Het in- of uitvoercertificaat is geldig in de hele Gemeenschap. De afgifte van deze certificaten is afhankelijk van het stellen van een zekerheid, als garantie dat zal worden voldaan aan de verplichting tot in- of uitvoer tijdens de geldigheidsduur van het certificaat; deze zekerheid wordt geheel of gedeeltelijk verbeurd wanneer de transactie niet of slechts ten dele binnen deze termijn wordt uitgevoerd, behalve in geval van overmacht

2. De procedure van artikel 48 wordt toegepast voor:

a) de eventuele uitbreiding van de in dit lid vastgestelde regeling tot de in artikel 1, lid 1, onder e), genoemde producten en

b) de vaststelling van de geldigheidsduur van de certificaten en de andere uitvoeringsbepalingen van dit artikel, waarbij met name een termijn voor de afgifte van de certificaten kan worden bepaald.