Art. 18 Verordening (EG) nr. 2038/1999
Verordening (EG) nr. 2038/1999
1. Voorzover nodig om de uitvoer van de in artikel 1, lid 1, onder a), c) en d), bedoelde producten in ongewijzigde staat of in de vorm van in bijlage I opgenomen goederen op basis van de noteringen of prijzen op de wereldmarkt voor de in hetzelfde lid, onder a) en c), bedoelde producten mogelijk te maken en binnen de grenzen die voortvloeien uit de overeenkomsten die zijn gesloten in overeenstemming met artikel 300 van het Verdrag, kan het verschil tussen deze noteringen of prijzen en de prijzen in de Gemeenschap worden overbrugd door een restitutie bij de uitvoer.
De restitutie voor ruwe suiker mag niet hoger zijn dan die voor witte suiker.
2. Er kan een restitutie worden vastgesteld voor uitvoer van de in artikel 1, lid 1, onder f), g) en h), genoemde producten in ongewijzigde staat of in de vorm van in bijlage I opgenomen producten.
De restitutie wordt vastgesteld per 100 kg droge stof, rekening houdende met:
a) de restitutie bij uitvoer van de producten van GN-code 1702 30 91,
b) de restitutie bij uitvoer van de in artikel 1, lid 1, onder d), genoemde producten,
c) de economische aspecten van de betrokken uitvoer.
3. De restitutie voor de uitvoer van de in artikel 1 bedoelde producten in de vorm van in bijlage I opgenomen goederen mag niet hoger zijn dan de restitutie voor de uitvoer van die producten in ongewijzigde staat.
4. Voor de toewijzing van de hoeveelheden die met restitutie kunnen worden uitgevoerd, wordt de methode vastgesteld:
a) die het best overeenstemt met de aard van het product en met de marktsituatie in kwestie, zodat de beschikbare middelen zo doeltreffend mogelijk kunnen worden gebruikt, rekening houdend met de doeltreffendheid en met de structuur van de uitvoer van de Gemeenschap, doch zonder dat dit leidt tot discriminatie tussen kleine en grote marktdeelnemers,
b) die, gezien de beheerseisen, administratief het minst belastend is voor de marktdeelnemers,
c) waarmee elke vorm van discriminatie tussen de betrokken marktdeelnemers wordt voorkomen.
5. De restitutie is voor de gehele Gemeenschap gelijk. Zij kan variëren naar gelang van de bestemming indien de situatie op de wereldmarkt of de specifieke vereisten van bepaalde markten dat noodzakelijk maakt of maken.
De restituties worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 48. Zij kunnen:
a) periodiek worden vastgesteld;
b) via inschrijving worden vastgesteld, voor de producten waarvoor deze procedure voorheen bestond.
De restituties die periodiek worden vastgesteld, kunnen, zo nodig, door de Commissie tussentijds worden gewijzigd op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief.
Aanbiedingen met het oog op openbare inschrijvingen worden slechts dan in aanmerking genomen wanneer een waarborg is gesteld. Behalve in geval van overmacht wordt de waarborg geheel of gedeeltelijk verbeurd wanneer de aan de deelnemers aan de openbare inschrijving opgelegde verplichtingen niet of slechts gedeeltelijk zijn nagekomen.
Het bepaalde in de artikelen 19, 20 en 21 met betrekking tot de in artikel 1, lid 1, onder a), c) en d), bedoelde niet-gedenatureerde producten die in ongewijzigde staat worden uitgevoerd, is aanvullend van toepassing.
6. Bij de vaststelling van de restitutie wordt met name rekening gehouden met de noodzaak een evenwicht tot stand te brengen tussen het gebruik van basisproducten uit de Gemeenschap voor uitvoer van verwerkte producten naar derde landen en het gebruik van tot het veredelingsverkeer toegelaten producten uit deze landen.
7. Voor de in artikel 1 genoemde producten die in ongewijzigde staat worden uitgevoerd, wordt de restitutie uitsluitend toegekend op aanvraag en na overlegging van een desbetreffend uitvoercertificaat.
8. De restitutie bij uitvoer van de in artikel 1 bedoelde producten die in ongewijzigde staat worden uitgevoerd, is het bedrag dat geldt op de dag van de aanvraag van het certificaat en, wat een gedifferentieerde restitutie betreft, de restitutie die op diezelfde dag geldt:
a) voor de op het certificaat aangegeven bestemming,
of
b) voor de werkelijke bestemming, indien deze verschilt van de op het certificaat aangegeven bestemming. In dat geval mag het toepasselijke bedrag niet hoger zijn dan het bedrag dat geldt voor de op het certificaat vermelde bestemming.
Er kunnen passende maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat misbruik wordt gemaakt van de flexibiliteit waarin dit lid voorziet.
9. De leden 7 en 8 kunnen volgens de procedure van artikel 16 van Verordening (EG) nr. 3448/93(10) van toepassing worden verklaard voor de in artikel 1 bedoelde producten die worden uitgevoerd in de vorm van in bijlage I opgenomen goederen.
10. Voor de in artikel 1 bedoelde producten waarvoor restituties worden toegekend in het kader van voedselhulpacties, kan volgens de procedure van artikel 48 van de leden 7 en 8 worden afgeweken.
11. De restitutie wordt uitbetaald wanneer het bewijs wordt geleverd dat de producten:
- uit de Gemeenschap zijn uitgevoerd
en
- in geval van een gedifferentieerde restitutie de op het certificaat aangegeven bestemming, of een andere bestemming waarvoor een restitutie is vastgesteld, hebben bereikt, onverminderd lid 8, eerste alinea, onder b). Van deze regel kan echter volgens de procedure van artikel 48 worden afgeweken, behoudens nader te bepalen voorwaarden die gelijke waarborgen bieden.
Volgens de procedure van artikel 48 kunnen aanvullende bepalingen worden vastgesteld.
12. Voor de in artikel 1, lid 1, onder a), bedoelde niet-gedenatureerde producten die in ongewijzigde staat worden uitgevoerd, wordt slechts een restitutie toegekend indien deze producten, naar gelang van het geval:
a) zijn verkregen uit in de Gemeenschap geoogste suikerbieten of in de Gemeenschap geoogst suikerriet,
b) in de Gemeenschap zijn ingevoerd krachtens artikel 40,
c) zijn verkregen uit een van de krachtens artikel 40 ingevoerde producten.
13. Geen restitutie wordt toegekend voor de uitvoer in ongewijzigde staat van de niet-gedenatureerde producten als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder c) en d), die niet van oorsprong zijn uit de Gemeenschap of die niet zijn verkregen uit suiker welke krachtens de in lid 12, onder b), bedoelde bepalingen in de Gemeenschap is ingevoerd of uit de in lid 12, onder c), bedoelde producten.
14. Het in acht nemen van de volumegrenzen die voortvloeien uit de in overeenstemming met artikel 300 van het Verdrag gesloten overeenkomsten, wordt gewaarborgd door middel van uitvoercertificaten die worden afgegeven voor de daarin genoemde referentieperiodes voor de betrokken producten.
15. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel, inclusief de bepalingen betreffende de herverdeling van de niet toegewezen of niet benutte hoeveelheden die voor uitvoer in aanmerking komen, alsmede de wijzigingen van bijlage I, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 48. De uitvoeringsbepalingen betreffende de toepassing van lid 6 voor de in artikel 1 bedoelde producten die in de vorm van in bijlage I opgenomen goederen worden uitgevoerd, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 16 van Verordening (EG) nr. 3448/93.