Art. 12 Verordening (EG) nr. 2038/1999
Verordening (EG) nr. 2038/1999
1. Teneinde de normale voorziening van alle gebieden of van één gebied van de Gemeenschap veilig te stellen, wordt een permanente verplichting tot het aanhouden, op het Europese grondgebied van de Gemeenschap, van een minimumvoorraad ingesteld:
a) voor in de Gemeenschap geproduceerde bietsuiker;
b) voor in de Franse overzeese departementen geproduceerde rietsuiker en voor de in artikel 40 bedoelde preferentiële suiker.
De minimumvoorraad voor de in de eerste alinea, onder a) genoemde suiker is op een bepaalde datum gelijk aan een percentage van het A-quotum van elke suikeronderneming of aan hetzelfde percentage van haar A-suikerproductie wanneer deze lager is dan haar A-quotum.
Dit percentage kan worden verlaagd.
De minimumvoorraad voor de in de eerste alinea, onder b), genoemde suiker is gelijk aan een percentage van de betrokken hoeveelheid suiker die een onderneming tijdens een bepaalde periode heeft geraffineerd.
2. Op voorstel van de Commissie stelt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de algemene voorschriften voor de toepassing van dit artikel vast en met name de datum en het percentage, bedoeld in lid 1, tweede alinea, alsmede het percentage en de periode, bedoeld in lid 1, vierde alinea.
Volgens dezelfde procedure kan voor de in artikel 1, lid 1, onder f) en h), genoemde producten een gelijkwaardige verplichting als de verplichting om een minimumvoorraad aan te houden worden ingesteld.
3. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel en met name de in lid 1, derde alinea, bedoelde verlaging van het percentage worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 48.