Art. 2 Verordening (EG) nr. 1260/1999, Middelen en taken
Verordening (EG) nr. 1260/1999
1. In deze verordening wordt onder "Structuurfondsen" verstaan het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds (ESF), de afdeling Oriëntatie van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en het Financieringsinstrument voor de Oriëntatie van de Visserij (FIOV), hierna "fondsen" genoemd.
2. Overeenkomstig de artikelen 33, 146 en 160 van het Verdrag draagt elk der fondsen volgens zijn specifieke voorschriften bij tot de verwezenlijking van de doelstellingen 1, 2 en 3, volgens de onderstaande taakverdeling:
a) doelstelling 1: EFRO, ESF, afdeling Oriëntatie van het EOGFL en FIOV;
b) doelstelling 2: EFRO en ESF;
c) doelstelling 3: ESF.
3. Het FIOV draagt bij tot structurele acties in de visserijsector buiten de gebieden van doelstelling 1, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1263/1999 van de Raad van 21 juni 1999 inzake structurele acties in de visserijsector(12).
De afdeling Garantie van het EOGFL draagt tot de verwezenlijking van doelstelling 2 bij overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1257/1999.
4. De fondsen dragen bij aan de financiering van communautaire initiatieven en aan de ondersteuning van innovatieve acties en de verlening van technische hulp.
De maatregelen inzake technische hulp worden uitgevoerd in het kader van de programmering zoals bedoeld in de artikelen 13 tot en met 27, of op initiatief van de Commissie overeenkomstig artikel 23.
5. De andere middelen uit de Gemeenschapsbegroting die ter verwezenlijking van de in artikel 1 bedoelde doelstellingen kunnen worden gebruikt, zijn met name de middelen die worden bestemd voor de overige structurele acties en voor het Cohesiefonds.
De Commissie en de lidstaten dragen zorg voor de coherentie tussen het optreden van de Fondsen en andere beleidstakken en vormen van optreden van de Gemeenschap, in het bijzonder op het gebied van de werkgelegenheid, de gelijkheid van mannen en vrouwen, de sociale politiek, het beleid inzake beroepsopleiding, het gemeenschappelijk landbouwbeleid, het gemeenschappelijk visserijbeleid, het vervoer, de energie en de trans-Europese netwerken, alsmede voor de integratie van de eisen inzake milieubescherming in de omschrijving en uitvoering van het optreden van de fondsen.
6. De EIB werkt in overeenstemming met haar statuten mee aan de verwezenlijking van de in artikel 1 omschreven doelstellingen.
De andere bestaande financieringsinstrumenten die, elk volgens zijn specifieke voorschriften, bijstand kunnen verlenen voor de verwezenlijking van de in artikel 1 bedoelde doelstellingen, zijn met name het Europese Investeringsfonds en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) (leningen, garanties), hierna "andere financieringsinstrumenten" genoemd.