Art. 31 Verordening (EG) nr. 1260/1999, Betalingsverplichtingen
Verordening (EG) nr. 1260/1999
1. De betalingsverplichtingen van de Gemeenschap worden aangegaan op grond van de beschikking van de Commissie waarbij de bijdrage van de fondsen wordt vastgesteld.
2. Betalingsverplichtingen voor bijstandspakketten met een duur van twee jaar of langer worden per jaar aangegaan. De betalingsverplichtingen voor het eerste jaar worden aangegaan wanneer de Commissie de beschikking tot goedkeuring van de bijstand geeft. De betalingsverplichtingen voor de volgende jaren worden in de regel tegen uiterlijk 30 april aangegaan.
Het gedeelte van een betalingsverplichting waarvoor op het einde van het tweede jaar na het jaar waarin de betalingsverplichting is aangegaan, of, in voorkomend geval, en voor de betreffende bedragen na de datum van een latere beschikking van de Commissie die nodig was om een maatregel of een verrichting toe te staan of op de uiterste datum voor de indiening van het in artikel 37, lid 1, bedoelde eindverslag geen voorschot is betaald of waarvoor geen enkele ontvankelijke betalingsaanvraag als omschreven in artikel 32, lid 3, bij de Commissie is ingediend, wordt ambtshalve door de Commissie geannuleerd; de bijdrage van de fondsen aan het betrokken bijstandspakket wordt met dat bedrag verminderd.
De in de tweede alinea bedoelde termijn voor de ambtshalve annulering houdt op te lopen voor het gedeelte van de betalingsverplichting dat overeenstemt met de verrichtingen die op de geplande datum van annulering het voorwerp van een rechterlijke procedure of administratief beroep met opschortend effect uitmaken, mits de Commissie daarvan vooraf door de betrokken lidstaat in kennis is gesteld onder opgave van de redenen, en de Commissie een kennisgeving heeft gezonden.
De Commissie licht hoe dan ook de lidstaat en de betalingsautoriteit te gelegener tijd in, telkens wanneer het in de tweede alinea bedoelde risico van toepassing van de ambtshalve annulering zich voordoet.
Wanneer de verordening na 1 januari 2000 in werking treedt, wordt de in de tweede alinea bedoelde termijn voor de ambtshalve annulering voor de eerste betalingsverplichting verlengd met het aantal maanden dat 1 januari 2000 scheidt van de in artikel 28 bedoelde datum van de beschikking tot vaststelling van de bijdrage van de fondsen.
3. Bij bijstandspakketten met een duur van minder dan twee jaar worden de betalingsverplichtingen voor het totale bedrag van de bijdrage van de fondsen aangegaan wanneer de Commissie de beschikking tot vaststelling van de bijdrage van de fondsen geeft.